Art. 19, Steunaanvragen

1. Een landbouwer dient elk jaar een aanvraag voor rechtstreekse betalingen in waarin, voor zover van toepassing, worden vermeld:

a) alle landbouwpercelen op het bedrijf en, bij toepassing van artikel 15, lid 3, door de lidstaat, het aantal olijfbomen en de standplaats ervan in het perceel,

b) de voor activering aangegeven toeslagrechten,

c) alle andere bij de onderhavige verordening of door de betrokken lidstaat voorgeschreven gegevens.

2. De lidstaten verstrekken, onder meer met gebruikmaking van elektronische hulpmiddelen, vooraf opgestelde formulieren die zijn gebaseerd op de in het voorgaande jaar geconstateerde oppervlakten, en grafisch materiaal dat de ligging van die oppervlakten en, in voorkomend geval, de standplaats van olijfbomen aangeeft. Een lidstaat kan besluiten dat in de steunaanvraag alleen de veranderingen ten opzichte van de in het voorgaande jaar ingediende steunaanvraag hoeven te worden opgegeven.

3. Een lidstaat kan besluiten dat één en dezelfde steunaanvraag betrekking heeft op verscheidene of alle in bijlage I vermelde steunregelingen of andere steunregelingen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen