Art. 124 Verordening (EG) nr. 73/2009, Areaal in het kader van de regeling inzake een enkele areaalbetaling
1. Het landbouwareaal van een nieuwe lidstaat, behoudens Bulgarije en Roemenië, in het kader van de regeling inzake een enkele areaalbetaling is het deel van zijn oppervlakte cultuurgrond dat op 30 juni 2003 in goede landbouwconditie verkeerde, ongeacht of het op die datum in productie was, zo nodig aangepast op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria die na goedkeuring door de Commissie door die nieuwe lidstaat worden vastgesteld.
Voor de toepassing van deze titel wordt onder „oppervlakte cultuurgrond” verstaan de totale door bouwland, blijvend grasland, blijvende gewassen en tuinen voor eigen gebruik ingenomen oppervlakte zoals door de Commissie bepaald voor haar statistische doeleinden.
Voor Bulgarije en Roemenië is het landbouwareaal in het kader van de regeling inzake een enkele areaalbetaling het deel van hun oppervlakte cultuurgrond dat in goede landbouwconditie verkeert, ongeacht of het in productie is, waar nodig bijgesteld op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria die na goedkeuring door de Commissie door Bulgarije of Roemenië worden vastgesteld.
2. Met het oog op de toekenning van betalingen in het kader van de regeling inzake een enkele areaalbetaling komen alle landbouwpercelen die voldoen aan de in lid 1 vastgestelde criteria, alsmede landbouwpercelen beplant met hakhout met korte omlooptijd (GN-code ex 0602 90 41 ), die op 30 juni 2003 in goede landbouwconditie verkeerden, in aanmerking. Voor Bulgarije en Roemenië komen evenwel alle landbouwpercelen die voldoen aan de in lid 1 vastgestelde criteria, alsmede landbouwpercelen beplant met hakhout met korte omlooptijd (GN-code ex 0602 90 41 ), in aanmerking.
Behalve in geval van overmacht of in uitzonderlijke omstandigheden zijn de in de eerste alinea bedoelde percelen op de door de lidstaat vastgestelde datum, maar niet later dan de door die lidstaat vastgestelde datum voor wijziging van een steunaanvraag, ter beschikking van de landbouwer.
De minimumgrootte van de in aanmerking komende oppervlakte per bedrijf waarvoor betalingen kunnen worden aangevraagd, is 0,3 ha. Elke nieuwe lidstaat kan echter op basis van objectieve criteria en na goedkeuring door de Commissie besluiten die minimumgrootte tot maximaal 1 ha te verhogen.
3. Er bestaat geen verplichting om te produceren of om de productiefactoren te gebruiken. De landbouwers kunnen de in lid 4 bedoelde grond echter gebruiken voor om het even welke landbouwdoeleinden. Artikel 39 is van toepassing op de productie van hennep.
4. Alle grond waarvoor betalingen in het kader van de regeling inzake een enkele areaalbetaling worden toegekend, wordt overeenkomstig artikel 6 in goede landbouw- en milieuconditie gehouden.
5. Landbouwers die steun in het kader van de regeling inzake een enkele areaalbetaling ontvangen, moeten aan de in bijlage II bedoelde uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen voldoen overeenkomstig het volgende tijdschema:
a) de in bijlage II, punt A, bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2009;
b) de in bijlage II, punt B, bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2011;
c) de in bijlage II, punt C, bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2013.
6. Voor Bulgarije en Roemenië is de toepassing van de artikelen 4, 5, 23, 24 en 25 facultatief tot en met 31 december 2011, voor zover deze bepalingen verband houden met uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen. Met ingang van 1 januari 2012 moet een landbouwer die in die lidstaten betalingen in het kader van de regeling inzake een enkele areaalbetaling ontvangt, aan de in bijlage II bedoelde uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen voldoen overeenkomstig het volgende tijdschema:
a) de in bijlage II, punt A, bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2012;
b) de in bijlage II, punt B, bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2014;
c) de in bijlage II, punt C, bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2016.
7. De nieuwe lidstaten kunnen ook gebruikmaken van de in de leden 5 en 6 geboden mogelijkheden wanneer zij besluiten de toepassing van de regeling inzake een enkele areaalbetaling te beëindigen voordat de in artikel 122, lid 3, voorziene toepassingsperiode afloopt.
8. De toepassing van de regeling inzake een enkele areaalbetaling doet op geen enkele wijze afbreuk aan de verplichting van een nieuwe lidstaat uitvoering te geven aan de in Verordening (EG) nr. 1760/2000 en Verordening (EG) nr. 21/2004 vastgestelde communautaire regels betreffende de identificatie en de registratie van dieren.