Art. 69 Verordening (EG) nr. 4/2009, Verhouding tot bestaande internationale verdragen en overeenkomsten
1. Deze verordening laat onverlet de toepassing van bilaterale of multilaterale verdragen en overeenkomsten waarbij een of meer lidstaten op het tijdstip van de vaststelling van de verordening partij zijn en die betrekking hebben op aangelegenheden waarop deze verordening van toepassing is, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten op grond van artikel 307 van het Verdrag.
2. Niettegenstaande lid 1 en onverminderd lid 3, heeft deze verordening tussen de lidstaten voorrang boven verdragen en overeenkomsten die betrekking hebben op de in deze verordening geregelde materie en waarbij lidstaten partij zijn.
3. Deze verordening vormt geen beletsel voor de toepassing van de Overeenkomst van 23 maart 1962 tussen Zweden, Denemarken, Finland, IJsland en Noorwegen inzake de inning van levensonderhoud door de lidstaten die daarbij partij zijn, omdat genoemde overeenkomst ter zake van erkenning, uitvoerbaarheid en tenuitvoerlegging van beslissingen:
a) vereenvoudigt en versnelde procedures voor de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake onderhoudsverplichtingen voorziet, en
b) een gunstiger rechtsbijstandsregeling voorziet dan die welke is vervat in hoofdstuk V van deze verordening.
De toepassing van genoemde overeenkomst ontzegt de verweerder evenwel niet de bescherming die hij geniet op basis van de artikelen 19 en 21 van deze verordening.