Art. 50 Verordening (EG) nr. 4/2009, Algemene taken van de centrale autoriteiten
1. De centrale autoriteiten:
a) werken onderling samen, mede door het uitwisselen van informatie, en bevorderen de samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten in hun lidstaten, teneinde de doelstellingen van deze verordening te verwezenlijken;
b) zoeken zo veel mogelijk een oplossing voor de moeilijkheden die zich bij de toepassing van deze verordening voordoen.
2. De centrale autoriteiten nemen maatregelen om de toepassing van deze verordening te vergemakkelijken en hun onderlinge samenwerking te versterken. Daartoe wordt gebruikgemaakt van het bij Beschikking 2001/470/EG ingestelde Europese justitiële netwerk in burgerlijke en handelszaken.