Art. 44 Verordening (EG) nr. 4/2009, Recht op rechtsbijstand

Verordening (EG) nr. 4/2009

1. De partijen in een geschil in de zin van deze verordening hebben, onder de voorwaarden bepaald in dit hoofdstuk, in een andere lidstaat daadwerkelijke toegang tot de rechter, met name wat de tenuitvoerleggingsprocedures en de rechtsmiddelen betreft.

In de gevallen bedoeld in hoofdstuk VII wordt deze daadwerkelijke toegang door de aangezochte lidstaat gewaarborgd aan elke verzoeker die zijn verblijfplaats in de verzoekende lidstaat heeft.

2. Teneinde deze toegang te verzekeren, verlenen de lidstaten overeenkomstig dit hoofdstuk rechtsbijstand tenzij lid 3 van toepassing is.

3. In de gevallen bedoeld in hoofdstuk VII is een lidstaat niet verplicht rechtsbijstand te verlenen indien en voor zover de procedures van die lidstaat de partijen in staat stellen op te treden zonder een beroep te behoeven doen op rechtsbijstand, en de centrale autoriteit kosteloos de nodige diensten verstrekt.

4. De voorwaarden voor verkrijging van rechtsbijstand zijn niet restrictiever dan in soortgelijke binnenlandse zaken.

5. Geen zekerheid, borgtocht of pand, in welke vorm ook, kan worden verlangd voor de betaling van de kosten en uitgaven in verband met procedures betreffende onderhoudsverplichtingen.