Art. 27 Verordening (EG) nr. 4/2009, Relatief bevoegd gerecht
1. Het verzoek om een uitvoerbaarverklaring wordt gericht tot het gerecht of de bevoegde autoriteit van de lidstaat van tenuitvoerlegging, waarvan de naam door deze lidstaat overeenkomstig artikel 71 aan de Commissie is medegedeeld.
2. De relatieve bevoegdheid wordt bepaald door de gewone verblijfplaats van de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd, of door de plaats van tenuitvoerlegging.