Art. 89 Richtlijn 2009/138/EG, Aanvullend vermogen
1. Aanvullend vermogen bestaat uit bestanddelen die geen kernvermogen vormen en die kunnen worden opgevraagd om verliezen te compenseren.
Aanvullend vermogen kan bestaan uit de volgende bestanddelen, voor zover deze geen kernvermogen vormen:
a) niet-gestort aandelen- of waarborgkapitaal dat niet is opgevraagd;
b) kredietbrieven en garanties;
c) andere juridisch bindende verplichtingen jegens de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.
Bij onderlinge waarborgmaatschappijen en onderlinge verzekeringsmaatschappijen met variabele premies kan het aanvullend vermogen ook de suppletiebijdragen omvatten die zij van hun leden kunnen eisen binnen de volgende twaalf maanden.
2. Wanneer een aanvullendvermogensbestanddeel gestort of opgevraagd is, wordt het behandeld als een actief en maakt het geen deel meer uit van het aanvullend vermogen.