Art. 60 Richtlijn 2009/138/EG, Verwervingen door gereglementeerde financiële ondernemingen

Richtlijn 2009/138/EG

1. De relevante toezichthoudende autoriteiten werken in onderling overleg samen bij de beoordeling indien de kandidaat-verwerver een van de volgende personen betreft:

a) een kredietinstelling, verzekerings- of herverzekeringsonderneming, beleggingsonderneming of beheermaatschappij in de zin van punt 2 van artikel 1 bis van Richtlijn 85/611/EEG (hierna „icbe-beheermaatschappij” genoemd), waaraan vergunning is verleend in een andere lidstaat of in een andere sector dan die van de voorgenomen verwerving;

b) de moederonderneming van een kredietinstelling, verzekerings- of herverzekeringsonderneming, beleggingsonderneming of icbe-beheermaatschappij waaraan vergunning is verleend in een andere lidstaat of in een andere sector dan die van de voorgenomen verwerving; of

c) een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zeggenschap uitoefent over een kredietinstelling, verzekerings- of herverzekeringsonderneming, beleggingsonder-neming of icbe-beheermaatschappij waaraan vergunning is verleend in een andere lidstaat of in een andere sector dan die van de voorgenomen verwerving.

2. De toezichthoudende autoriteiten verstrekken elkaar zonder onnodige vertraging alle informatie die voor de beoordeling van essentieel belang of relevant is. Daartoe geven zij elkaar op verzoek alle relevante informatie en delen zij uit eigen beweging alle essentiële informatie mee. In een besluit van de toezichthoudende autoriteit die aan de verzekerings- of herverzekeringsonderneming welke het doelwit van de verwerving is, vergunning heeft verleend, worden de standpunten en bedenkingen van de voor de kandidaat-verwerver verantwoordelijke toezichthoudende autoriteit vermeld.