Art. 286 Richtlijn 2009/138/EG, Zakelijke rechten van derden
1. De vaststelling van saneringsmaatregelen of de opening van een liquidatieprocedure raakt niet aan het zakelijk recht van een schuldeiser of van een derde op materiële of immateriële, roerende of onroerende goederen - zowel bepaalde goederen als gehelen, met een wisselende samenstelling, van onbepaalde goederen - die toebehoren aan de verzekeringsonderneming en die zich op het tijdstip waarop de procedure wordt geopend of de maatregelen worden genomen op het grondgebied van een andere lidstaat bevinden.
2. Tot de rechten in de zin van lid 1 behoren ten minste:
a) het recht een goed te gelde te maken of te laten maken en te worden voldaan uit de opbrengst van of de inkomsten uit het goed, in het bijzonder op grond van pand of hypotheek;
b) het exclusieve recht een vordering te innen, in het bijzonder door middel van een pandrecht op de vordering of door de cessie van die vordering tot zekerheid;
c) het recht om het goed op te eisen of de vergoeding ervan te verlangen van eenieder die het tegen de wil van de rechthebbende in bezit of in gebruik heeft;
d) het recht om van een goed de vruchten te trekken.
3. Met een zakelijk recht wordt gelijkgesteld, het in een openbaar register ingeschreven en aan derden tegenwerpbaar recht tot verkrijging van een zakelijk recht in de zin van lid 1.
4. Lid 1 vormt geen beletsel voor het instellen van vorderingen tot nietigheid, vernietiging of niet-tegenwerpbaarheid als bedoeld in artikel 274, lid 2, onder l).