Art. 274 Richtlijn 2009/138/EG, Toepasselijk recht
1. Tenzij in de artikelen 285 tot en met 292 anders is bepaald, is ten aanzien van de beslissing tot liquidatie van een verzekeringsonderneming, de liquidatieprocedure en de rechtsgevolgen het recht van de lidstaat van herkomst van toepassing.
2. Het recht van de lidstaat van herkomst bepaalt ten minste het volgende:
a) welke goederen tot de boedel behoren en de status van goederen die na de opening van de liquidatieprocedure zijn verkregen;
b) de respectieve bevoegdheden van de verzekeringsonderneming en de liquidateur;
c) de voorwaarden waaronder een verrekening kan worden tegengeworpen;
d) de gevolgen van de liquidatieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de verzekeringsonderneming partij is;
e) de gevolgen van de liquidatieprocedure voor individuele vervolgingen, met uitzondering van aanhangige rechtsgedingen als bedoeld in artikel 292;
f) welke vorderingen te verhalen zijn op het vermogen van de verzekeringsonderneming en de status van vorderingen die na de opening van de liquidatieprocedure zijn ontstaan;
g) de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen;
h) de regels betreffende de verdeling van de opbrengst van de te gelde gemaakte goederen, de rangindeling van de vorderingen, en de rechten van schuldeisers die na de opening van de liquidatieprocedure gedeeltelijk zijn voldaan op grond van een zakelijk recht of ingevolge verrekening;
i) de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de liquidatieprocedure, met name door een gerechtelijk akkoord;
j) de rechten van de schuldeisers nadat de liquidatieprocedure beëindigd is;
k) de partij voor wier rekening de kosten en uitgaven van de liquidatieprocedure zijn; en
l) de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor het geheel van schuldeisers nadelige rechtshandelingen.