Art. 166 Richtlijn 2009/138/EG, Solvabiliteitskapitaalvereiste en minimumkapitaalvereiste

Richtlijn 2009/138/EG

1. Iedere lidstaat verplicht de op zijn grondgebied opgerichte bijkantoren over een in aanmerking komend eigen vermogen te beschikken dat bestaat uit de in artikel 98, lid 3, genoemde bestanddelen.

Het solvabiliteitskapitaalvereiste en het minimumkapitaalvereiste worden berekend overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk VI, afdelingen 4 en 5.

Voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereistehet minimumkapitaalvereiste worden echter, zowel voor schade- als voor levensverzekering uitsluitend de verrichtingen van het betrokken bijkantoor in aanmerking genomen.

2. Het vereiste in aanmerking komend kernvermogen ter dekking van het minimumkapitaalvereiste en de absolute ondergrens van dit minimumkapitaalvereiste worden gevormd overeenkomstig artikel 98, lid 4.

3. Het in aanmerking komend kernvermogen mag niet kleiner zijn dan de helft van de in artikel 129, lid 1, onder d), bedoelde absolute ondergrens.

Het in artikel 162, lid 2, onder e), bedoelde gestorte depot wordt onder het in aanmerking komend kernvermogen ter dekking van het minimumkapitaalvereiste gerekend.

4. De activa die tegenover het solvabiliteitskapitaalvereiste staan, moeten gelokaliseerd zijn binnen de lidstaat van bedrijfsuitoefening ter grootte van het minimumkapitaalvereiste, en, voor het resterende gedeelte, binnen de Gemeenschap.