Art. 129 Richtlijn 2009/138/EG, Berekening van het minimumkapitaalvereiste

Richtlijn 2009/138/EG

1. Het minimumkapitaalvereiste wordt berekend overeenkomstig de volgende grondslagen:

a) het wordt op een duidelijke en eenvoudige wijze berekend, en wel zodanig dat de berekening kan worden gecontroleerd;

b) het komt overeen met een bedrag aan in aanmerking komend kernvermogen waaronder verzekeringnemers en begunstigden blootstaan aan een ontoelaatbaar risiconiveau, indien verzekerings- en herverzekeringsondernemingen hun activiteiten zouden mogen voortzetten;

c) de in lid 2 bedoelde lineaire functie die wordt gebruikt ter berekening van het minimumkapitaalvereiste wordt gekalibreerd aan de VaR van het kernvermogen van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming met een betrouwbaarheidsgraad van 85 % over een periode van één jaar;

d) het heeft een absolute ondergrens van:

i) 2 200 000 EUR voor schadeverzekeringsondernemingen, schadeverzekeringscaptives daaronder begrepen, met uitzondering van het geval waarin alle of sommige van de risico’s in een van de branches 10 tot en met 15 van deel A van bijlage 1 worden gedekt, in welk geval het niet geringer is dan 3 200 000 EUR,

ii) 3 200 000 EUR voor levensverzekeringsondernemingen, levensverzekeringscaptives daaronder begrepen,

iii) 3 200 000 EUR voor herverzekeringsondernemingen, met uitzondering van het geval van herverzekeringscaptives, in welk geval het niet geringer is dan 1 000 000 EUR,

iv) de som van de in punt i) en punt ii) vermelde bedragen voor verzekeringsondernemingen als bedoeld in artikel 73, lid 5.

2. Onverminderd lid 3, wordt het minimumkapitaalvereiste berekend als een lineaire functie van een set of onderset van de volgende variabelen: de technische voorzieningen van de onderneming, geschreven premies, risico dragend kapitaal, uitgestelde belasting en administratieve uitgaven. De gebruikte variabelen worden gemeten onder aftrek van herverzekering.

3. Onverminderd lid 1, punt d), mag het minimumkapitaalvereiste niet dalen onder 25 %, noch uitstijgen boven 45 %, van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de onderneming, berekend overeenkomstig hoofdstuk VI, afdeling 4, onderafdeling 2 of 3, inclusief de eventueel overeenkomstig artikel 37 opgelegde opslagfactor.

De lidstaten staan hun toezichthoudende autoriteiten gedurende een periode die niet later eindigt dan 31 oktober 2014 toe te verlangen dat een verzekerings- of herverzekeringsonderneming de in de eerste alinea bedoelde percentages uitsluitend toepast op het overeenkomstig hoofdstuk VI, afdeling 4, onderafdeling 2, berekende solvabiliteitskapitaalvereiste van de onderneming.

4. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen berekenen het minimumkapitaalvereiste ten minste eenmaal per kwartaal en melden de toezichthoudende autoriteiten de uitkomsten van deze berekening.

Indien het minimumkapitaalvereiste van een onderneming wordt bepaald door een van beide in lid 3 bedoelde grenswaarden, verstrekt de onderneming de toezichthoudende autoriteit de informatie die nodig is voor een deugdelijk inzicht in de redenen die hieraan ten grondslag liggen.

5. Uiterlijk op 31 oktober 2017 legt de Commissie aan het Europees Parlement en het bij Besluit 2004/9/EG (35) ingestelde Europees Comité voor verzekeringen en bedrijfspensioenen een verslag voor over de voorschriften die de lidstaten en de werkwijzen die de toezichthoudende autoriteiten ter uitvoering van de leden 1 tot en met 4 hebben ingevoerd.

Dit verslag moet met name handelen over het gebruik en de hoogte van de bovengrens en benedengrens bedoeld in lid 3, alsmede over eventuele problemen waarmee de toezichthoudende autoriteiten en de ondernemingen te kampen hebben bij de toepassing van dit artikel.