Art. 111 Richtlijn 2009/138/EG, Uitvoeringsmaatregelen

Richtlijn 2009/138/EG

1. Om ervoor te zorgen dat alle verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die het solvabiliteitskapitaalvereiste op basis van de standaardformule berekenen, gelijk worden behandeld, of om rekening te houden met marktontwikkelingen neemt de Commissie uitvoeringsmaatregelen aan tot vaststelling van het volgende:

a) een standaardformule overeenkomstig de bepalingen van artikelen 101 en 103 tot en met 109;

b) ondermodules die nodig zijn of die de risico’s die onder de risicomodules van artikel 104 vallen nauwkeuriger dekken, en latere bijstellingen ervan;

c) de methoden, aannames en standaardparameters die gebruikt moeten worden bij de berekening van elk van de risicomodules of ondermodules van het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste zoals beschreven in de artikelen 104, 105 en 304, het symmetrisch aanpassingsmechanisme en de passende periode, uitgedrukt in het aantal maanden, als bedoeld in artikel 106 alsmede de passende benadering voor de integratie van de in artikel 304 bedoelde methode in verband met het gebruik van deze methode in het solvabiliteitskapitaalvereiste als berekend volgens de standaardformule;

d) de correlatieparameters, zo nodig met inbegrip van de in bijlage IV bedoelde parameters en de procedures om deze parameters bij te stellen;

e) wanneer verzekerings- en herverzekeringsondernemingen risicolimiteringstechnieken hanteren, de methoden en aannames die gebruikt moeten worden voor de beoordeling van de veranderingen in het risicoprofiel van de betrokken onderneming en voor de correctie van de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste;

f) de kwalitatieve criteria waaraan de onder e) bedoelde risicolimiteringstechnieken moeten voldoen om er zeker van te zijn dat het risico daadwerkelijk is overgedragen aan een derde partij;

g) de methoden en parameters die gebruikt moeten worden voor de beoordeling van het kapitaalvereiste voor het operationele risico zoals beschreven in artikel 107, met inbegrip van het in artikel 107, lid 3, bedoelde percentage;

h) de methoden en aanpassingen die gebruikt moeten worden om aan te geven dat er minder ruimte is voor risicodiversificatie voor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen in verband met afgezonderde fondsen;

i) de methode die gebruikt moeten worden bij de berekening van de correctie voor het vermogen van technische voorzieningen of uitgestelde belastingen om verliezen te compenseren, zoals vastgelegd in artikel 108;

j) de onderset van standaardparameters in de modules voor levens-, schade- en ziektekostenverzekeringstechnische risico’s die vervangen mogen worden door ondernemingsspecifieke parameters zoals beschreven in artikel 104, lid 7;

k) de standaardmethoden die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming moet gebruiken voor de berekening van de ondernemingsspecifieke parameters als bedoeld onder j), en de criteria voor de volledigheid, juistheid en adequaatheid van de gebruikte gegevens waaraan moet worden voldaan voordat de toezichthoudende autoriteiten goedkeuring verlenen;

l) de vereenvoudigde berekeningen voor specifieke ondermodules en risicomodules, alsook de criteria die verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, met inbegrip van verzekerings- en herverzekeringscaptives, in acht moeten nemen om een van de in artikel 109 bedoelde vereenvoudigingen te mogen toepassen;

m) de benadering die moet worden gebruikt met betrekking tot dochterondernemingen in de zin van artikel 212 bij de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste, met name bij de berekening van de ondermodule aandelenrisico als bedoeld in artikel 105, lid 5, rekening houdend met de waarschijnlijke afname van de volatiliteit van de waarde van die dochterondernemingen die voortvloeit uit de strategische aard van die investeringen en de invloed die wordt uitgeoefend door de deelnemende onderneming op die dochterondernemingen.

Deze maatregelen die beogen niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn te wijzigen door deze aan te vullen, worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing van artikel 301, lid 3.

2. De Commissie mag uitvoeringsmaatregelen aannemen tot vaststelling van kwantitatieve grenzen en criteria voor de bepaling van de in aanmerking komende activa om te voorkomen dat bepaalde risico’s niet voldoende worden gedekt door een ondermodule. Dergelijke uitvoeringsmaatregelen zijn van toepassing op tegenover technische voorzieningen staande activa, met uitzondering van activa die aangehouden worden voor levensverzekeringsovereenkomsten waarbij het beleggingsrisico wordt gedragen door de verzekeringnemer. Die maatregelen worden door de Commissie herzien in het licht van de ontwikkelingen in de standaardformule en de financiële markten.

Deze maatregelen die beogen niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn te wijzigen door deze aan te vullen, worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing van artikel 301, lid 3.