Art. 12 Richtlijn 2009/101/EG

Richtlijn 2009/101/EG

In de wetgeving van de lidstaten kan de nietigheid van vennootschappen slechts met inachtneming van de volgende voorwaarden worden geregeld:

a) de nietigheid moet door de rechter worden uitgesproken;

b) alleen in de in de punten i) tot en met vi) genoemde gevallen kan de nietigheid worden uitgesproken:

i) het ontbreken van de oprichtingsakte of het niet in acht nemen van de formaliteiten van voorafgaande controle of van de authentieke vorm;

ii) wanneer het werkelijke doel van de vennootschap ongeoorloofd is of strijdig met de openbare orde;

iii) het ontbreken in de oprichtingsakte of in de statuten van elk gegeven aangaande de naam van de vennootschap, de inbreng, het bedrag van het geplaatste kapitaal of het doel van de vennootschap;

iv) het niet naleven van de bepalingen van de nationale wetgeving betreffende de minimumstorting in het kapitaal van de vennootschap;

v) de handelingsonbekwaamheid van alle vennoten-oprichters;

vi) wanneer, in strijd met de nationale wetgeving waardoor de vennootschap wordt beheerst, het aantal vennoten-oprichters minder dan twee bedraagt.

Buiten deze gevallen van nietigheid geldt er voor de vennootschappen geen enkele grond van onbestaanbaarheid, van absolute nietigheid, van relatieve nietigheid of van vernietigbaarheid.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen