Art. 61 Richtlijn 2009/81/EG, Inbreuken op deze titel en alternatieve sancties
1. In het geval van een inbreuk op artikel 55, lid 6, artikel 56, lid 3, of artikel 57, lid 2, die niet onder artikel 60, lid 1, onder b), valt, voorzien de lidstaten in onverbindendheid van de overeenkomst overeenkomstig artikel 60, leden 1 tot en met 3, of in alternatieve sancties. De lidstaten kunnen bepalen dat een van de aanbestedende dienst onafhankelijke beroepsinstantie besluit, nadat zij alle relevante aspecten heeft onderzocht, of de overeenkomst als onverbindend moet worden beschouwd, dan wel of alternatieve sancties moeten worden opgelegd.
2. Alternatieve sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. Alternatieve sancties zijn:
— het opleggen van boetes aan de aanbestedende dienst, of
— het verkorten van de looptijd van de overeenkomst.
De lidstaten kunnen de beroepsinstantie een ruime beslissingsbevoegdheid geven om alle relevante factoren in aanmerking te nemen, waaronder de ernst van de inbreuk, het gedrag van de aanbestedende dienst en, in de gevallen bedoeld in artikel 60, lid 2, de mate waarin de overeenkomst van kracht blijft.
Het toekennen van schadevergoeding vormt geen passende sanctie met het oog op de toepassing van dit lid.