Art. 7 Richtlijn 2009/73/EG, Bevordering van regionale samenwerking

Richtlijn 2009/73/EG

1. De lidstaten en de regulerende instanties werken onderling samen met het doel hun nationale markten op een of meer regionale niveaus te integreren, als eerste stap op weg naar de creatie van een volledig geliberaliseerde interne markt. Met name moedigen de regulerende instantie, indien de lidstaten hierin voorzien, of de lidstaten de samenwerking van transmissiesysteembeheerders op regionaal niveau aan en faciliteren zij deze, ook bij grensoverschrijdende vraagstukken, ten einde een concurrerende interne markt voor aardgas tot stand te brengen, bevorderen zij de samenhang van hun wettelijk, regelgevings- en technisch kader en vergemakkelijken zij de integratie van de geïsoleerde systemen die nog steeds „gaseilanden” in de Gemeenschap vormen. Het geografische gebied waarop deze regionale samenwerking betrekking heeft, omvat de samenwerking in geografische gebieden als omschreven overeenkomstig artikel 12, lid 3, van Verordening (EG) nr. 715/2009. Deze samenwerking kan aanvullend ook andere geografische gebieden bestrijken.

2. Het Agentschap werkt samen met de nationale regulerende instanties en transmissiesysteembeheerders ter waarborging van de compatibiliteit van de regelgevingskaders tussen de regio’s met het oog op de totstandbrenging van een concurrerende interne markt voor aardgas. Wanneer het Agentschap bindende voorschriften voor een dergelijke samenwerking nodig acht, doet het aanbevelingen ter zake.

3. De lidstaten zorgen er bij de uitvoering van deze richtlijn voor dat de transmissiesysteembeheerders een of meer geïntegreerde systemen op regionaal niveau hebben waaraan twee of meer lidstaten meewerken voor de toewijzing van capaciteit en voor de controle op de beveiliging van het net.

4. Ingeval verticaal geïntegreerde transmissiesysteembeheerders deelnemen aan een gemeenschappelijke onderneming die is opgericht ter uitvoering van zulke samenwerking, ontwerpt en implementeert de gemeenschappelijke onderneming een nalevingsprogramma met de maatregelen die moeten worden genomen om discriminerend en concurrentieverstorend gedrag uit te sluiten. Dit programma bevat de specifieke verplichtingen van de werknemers ter verwezenlijking van de doelstelling van uitsluiting van discriminerend en concurrentieverstorend gedrag. Het wordt door het Agentschap goedgekeurd. De naleving van het programma wordt op onafhankelijke wijze gemonitord door de nalevingsfunctionarissen van de verticaal geïntegreerde transmissie-systeembeheerders.