Art. 15 Richtlijn 2009/73/EG, Ontvlechting van eigenaars van transmissiesystemen en opslagsysteembeheerders
1. Wanneer een onafhankelijke systeembeheerder is aangewezen, zijn eigenaars van transmissiesystemen en opslagsysteembeheerders die deel uitmaken van een verticaal geïntegreerde bedrijf onafhankelijk, althans wat hun rechtsvorm, organisatie en besluitvorming betreft, van andere, niet met transmissie, distributie en opslag samenhangende activiteiten.
Dit artikel geldt uitsluitend voor opslaginstallaties die in technische of economische zin noodzakelijk zijn voor een efficiënte toegang voor de levering aan afnemers overeenkomstig artikel 33.
2. Teneinde de in lid 1 bedoelde onafhankelijkheid van de eigenaar van een transmissiesysteem en de opslagsysteembeheerder te waarborgen, gelden de volgende minimumcriteria:
a) de personen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de eigenaar van een transmissiesysteem en de opslagsysteembeheerder nemen niet deel in bedrijfsstructuren van het geïntegreerde aardgasbedrijf die direct of indirect verantwoordelijk zijn voor het dagelijkse beheer van de productie en levering van aardgas;
b) er moeten passende maatregelen worden genomen teneinde ervoor te zorgen rekening wordt gehouden met de professionele belangen van de personen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de eigenaar van een transmissiesysteem en de opslagsysteembeheerder, zodat zij onafhankelijk kunnen functioneren;
c) de opslagsysteembeheerder heeft effectieve beslissingsbevoegdheid, onafhankelijk van het geïntegreerde aardgasbedrijf, wat de activa betreft die noodzakelijk zijn voor de exploitatie, het onderhoud, en de ontwikkeling van de opslaginstallaties. Dit vormt geen beletsel voor passende coördinatieregelingen die ervoor moeten zorgen dat de rechten van de moedermaatschappij op economisch toezicht en beheerstoezicht met betrekking tot het rendement van de investering, zoals indirect geregeld overeenkomstig artikel 41, lid 6, in een dochtermaatschappij beschermd worden. Hierdoor wordt de moedermaatschappij met name in staat gesteld het jaarlijkse financiële plan of enig vergelijkbaar instrument van de opslagsysteembeheerder goed te keuren en algemene limieten voor de schuldenlast van de dochtermaatschappij vast te stellen. Het moederbedrijf kan echter geen instructies geven voor het dagelijks beheer van de opslagfaciliteit, noch inzake specifieke besluiten betreffende de bouw of modernisering van opslaginstallaties die niet verder gaan dan het goedgekeurde financieringsplan, of een gelijkwaardig instrument, en
d) de transmissiesysteemeigenaar en de opslagsysteembeheerder stellen een nalevingsprogramma vast met maatregelen om te waarborgen dat discriminerend gedrag is uitgesloten en zorgen ervoor dat de naleving daarvan op adequate wijze wordt gemonitord. Het nalevingsprogramma bevat de specifieke verplichtingen van de werknemers ter verwezenlijking van die doelstellingen. De persoon of de instantie die belast is met het toezicht op het nalevingsprogramma dient bij de regulerende instantie jaarlijks een verslag in waarin de genomen maatregelen worden vermeld. Dit verslag wordt bekendgemaakt.
3. De Commissie kan richtsnoeren uitwerken om ervoor te zorgen dat de eigenaar van een transmissiesysteem en de opslagsysteembeheerder lid 2 van dit artikel volledig en daadwerkelijk naleven. Deze maatregelen, die niet-essentiële elementen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, wordt vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing bedoeld in artikel 51, lid 3.