Art. 7 Richtlijn 2009/72/EG, Vergunningsprocedure voor nieuwe capaciteit

Richtlijn 2009/72/EG

1. Voor de bouw van nieuwe productiecapaciteit voeren de lidstaten een vergunningsprocedure in die aan de hand van objectieve, transparante en niet-discriminerende criteria wordt toegepast.

2. De lidstaten stellen de criteria voor de verlening van bouwvergunningen voor productiecapaciteit op hun grondgebied vast. Bij het vaststellen van passende criteria houden de lidstaten rekening met:

a) de veiligheid en de bedrijfszekerheid van het elektriciteitssysteem, de installaties en de bijbehorende uitrusting;

b) de bescherming van de volksgezondheid en de veiligheid;

c) de bescherming van het milieu;

d) ruimtelijke ordening en locatie;

e) gebruik van grond met een openbare bestemming;

f) energie-efficiëntie;

g) de aard van de primaire energiebronnen;

h) de bijzondere kenmerken van de aanvrager, zoals technische, economische en financiële capaciteit;

i) de naleving van de maatregelen die krachtens artikel 3 zijn genomen;

j) de bijdrage van de productiecapaciteit aan het bereiken van het algemene streefcijfer van de Gemeenschap van een aandeel energie uit hernieuwbare bronnen van minstens 20 % in het bruto eindverbruik van energie in de Gemeenschap in 2020 als bedoeld in Richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (16), en

k) de bijdrage van de opwekkingscapaciteit aan het verminderen van emissies.

3. De lidstaten zorgen ervoor dat er specifieke vergunningsprocedures bestaan voor kleine gedecentraliseerde en/of gedistribueerde productie, waarbij rekening gehouden wordt met hun beperkte grootte en potentiële effect.

De lidstaten kunnen richtsnoeren vaststellen voor deze specifieke vergunningsprocedure. De nationale regulerende instanties of andere bevoegde nationale autoriteiten, waaronder planningsinstanties, beoordelen deze richtsnoeren en kunnen wijzigingen daarvan voorstellen.

Indien lidstaten specifieke vergunningsprocedures voor grondgebruik hebben vastgesteld voor het starten van grote nieuwe infrastructuurprojecten voor de productie van energie, laten de lidstaten in voorkomend geval de bouw van nieuwe opwekkingscapaciteit binnen het toepassingsgebied van deze procedures vallen en passen zij deze op niet-discriminerende wijze en binnen een passend tijdschema toe.

4. De vergunningsprocedures en de criteria worden bekendgemaakt. De aanvragers worden op de hoogte gesteld van de redenen tot weigering van een vergunning. Die redenen zijn objectief en niet-discriminerend, op goede gronden berusten en naar behoren worden gestaafd. Beroep is voor de aanvrager mogelijk.

Verwijst naar

Artikelen die hiernaar verwijzen

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen