Art. 34 Richtlijn 2009/72/EG, Directe lijnen
1. De lidstaten nemen maatregelen om het mogelijk te maken dat:
a) alle op hun grondgebied gevestigde elektriciteitsproducenten en bedrijven die elektriciteit leveren, hun eigen vestigingen, dochterondernemingen en in aanmerking komende afnemers via een directe lijn kunnen leveren, en
b) alle in aanmerking komende afnemers die op hun grondgebied gevestigd zijn, via een directe lijn kunnen worden bevoorraad door een producent en door een bedrijf dat elektriciteit levert.
2. De lidstaten stellen criteria vast voor de toekenning van vergunningen voor de aanleg van directe lijnen op hun grondgebied. Deze criteria zijn objectief en niet-discriminerend.
3. De mogelijkheid van elektriciteitslevering via een directe lijn zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel laat de mogelijkheid tot het sluiten van een leveringscontract overeenkomstig artikel 32 onverlet.
4. De lidstaten kunnen de aflevering van een vergunning voor de aanleg van een directe lijn afhankelijk stellen van een weigering van toegang tot het systeem op basis van — voor zover van toepassing — artikel 32, dan wel de start van een geschillenbeslechtingsprocedure overeenkomstig artikel 37.
5. De lidstaten kunnen de vergunning voor een directe lijn weigeren indien de verlening van een dergelijke vergunning de bepalingen van artikel 3 zou overtreden. De weigering wordt naar behoren met redenen omkleed.