Art. 98 Richtlijn 2009/65/EG

Richtlijn 2009/65/EG

1. Aan de bevoegde autoriteiten worden alle controle- en onderzoekbevoegdheden verleend die nodig zijn voor de vervulling van hun taken. Deze bevoegdheden worden uitgeoefend op een van de volgende wijzen:

a) rechtstreeks;

b) in samenwerking met andere autoriteiten;

c) op verantwoordelijkheid van de bevoegde autoriteiten middels delegatie aan entiteiten waaraan taken zijn gedelegeerd, of

d) middels een verzoek aan de bevoegde rechterlijke instanties.

2. Op grond van lid 1 hebben de bevoegde autoriteiten, ten minste, de bevoegdheid, om:

a) toegang te verkrijgen tot ieder document, in enigerlei vorm, en een afschrift daarvan te ontvangen;

b) van iedere persoon te verlangen dat hij aanvullende inlichtingen verschaft en iemand zo nodig op te roepen en te ondervragen teneinde inlichtingen te verkrijgen;

c) inspecties ter plaatse te verrichten;

d) bestaande overzichten van telefoon- en dataverkeer te verlangen;

e) te verlangen dat elke praktijk die in strijd is met de ter uitvoering van deze richtlijn vastgestelde bepalingen, wordt beëindigd;

f) de bevriezing van of beslaglegging op activa te eisen;

g) een tijdelijk verbod op beroepsuitoefening te eisen;

h) informatie te verlangen van vergunninghoudende beleggingsmaatschappijen, beheermaatschappijen of bewaarders;

i) elke maatregel te nemen om ervoor te zorgen dat beleggingsmaatschappijen, beheermaatschappijen en bewaarders zich aan de wettelijke voorschriften blijven houden;

j) in het belang van de deelnemers of in het algemeen belang de opschorting te verlangen van de uitgifte, inkoop of terugbetaling van rechten van deelneming van de deelnemers;

k) de aan een icbe, beheermaatschappij of bewaarder verleende vergunning in te trekken;

l) strafrechtelijke vervolgingsprocedures in te leiden, en

m) toe te staan dat verificatie en onderzoek wordt verricht door een accountant of deskundige.