Art. 32 Richtlijn 2009/65/EG

Richtlijn 2009/65/EG

1. De activa van een beleggingsmaatschappij worden in bewaring gegeven bij een bewaarder.

2. De in artikel 34 bedoelde aansprakelijkheid van de bewaarder blijft bestaan wanneer de bewaarder de bij hem in bewaring gegeven activa geheel of ten dele aan derden heeft toevertrouwd.

3. De bewaarder vergewist zich ervan dat:

a) de verkoop, uitgifte, inkoop, terugbetaling en intrekking van rechten van deelneming namens of door de beleggingsmaatschappij overeenkomstig de wet of de statuten van de beleggingsmaatschappij geschieden;

b) bij de transacties met betrekking tot de activa van de beleggingsmaatschappij, de tegenwaarde hem binnen de gebruikelijke termijnen wordt voldaan, en

c) de opbrengsten van de beleggingsmaatschappij een bestemming krijgen in overeenstemming met de wet en de statuten.

4. De lidstaat van herkomst van een beleggingsmaatschappij kan bepalen dat de op zijn grondgebied gevestigde beleggingsmaatschappijen die hun rechten van deelneming uitsluitend via één of meer effectenbeurzen verhandelen en die aldaar in de officiële notering zijn opgenomen, niet over een bewaarder in de zin van deze richtlijn behoeven te beschikken.

De artikelen 76, 84 en 85 zijn niet van toepassing op deze beleggingsmaatschappijen. De regels voor de waardering van de activa van deze beleggingsmaatschappijen worden evenwel in de toepasselijke nationale wetgeving en/of hun statuten vermeld.

5. Een lidstaat van herkomst van een beleggingsmaatschappij kan bepalen dat de op zijn grondgebied gevestigde beleggingsmaatschappijen die ten minste 80 % van hun rechten van deelneming via één of meer in de statuten aangewezen effectenbeurzen verhandelen, niet over een bewaarder in de zin van deze richtlijn behoeven te beschikken, op voorwaarde dat deze rechten van deelneming zijn toegelaten tot de officiële notering van de effectenbeurzen van de lidstaten op wier grondgebied de rechten van deelneming worden verhandeld en mits de door een dergelijke beleggingsmaatschappij buiten de beurs om verrichte transacties alleen tegen beurskoers plaatsvinden.

In de statuten van een beleggingsmaatschappij wordt de beurs in het land van verhandeling vermeld waarvan de notering de prijs bepaalt van de transacties die in dat land door de beleggingsmaatschappij buiten de beurs om worden verricht.

Een lidstaat maakt van de in de eerste alinea bedoelde afwijking slechts gebruik indien hij van oordeel is dat de deelnemers een bescherming genieten die gelijkwaardig is aan die welke wordt genoten door deelnemers in icbe’s die wel een bewaarder in de zin van deze richtlijn hebben.

Voor de in dit lid en in lid 4 bedoelde beleggingsmaatschappijen geldt in het bijzonder dat zij:

a) wanneer de nationale wetgeving hieromtrent niets bepaalt, in hun statuten de methoden voor de berekening van de intrinsieke waarde van de rechten van deelneming vermelden;

b) op de markt optreden om te voorkomen dat de waarde van hun rechten van deelneming ter beurze meer dan 5 % afwijkt van hun intrinsieke waarde;

c) de intrinsieke waarde van de rechten van deelneming vaststellen, ten minste tweemaal per week ter kennis van de bevoegde autoriteiten brengen en tweemaal per maand bekendmaken.

Een onafhankelijk controleur van de jaarrekening vergewist zich er ten minste tweemaal per maand van dat de berekening van de waarde van de rechten van deelneming plaatsvindt overeenkomstig de wet en de statuten van de beleggingsmaatschappij.

Bij die gelegenheid waarborgt de controleur dat de activa van de beleggingsmaatschappij volgens de wettelijke voorschriften en de statuten van de beleggingsmaatschappij worden belegd.

6. De lidstaten delen de Commissie de identiteit mede van de beleggingsmaatschappijen waarvoor de in de leden 4 en 5 bedoelde afwijkingen gelden.