Art. 8 Richtlijn 2009/45/EG, Veiligheidseisen ten behoeve van personen met verminderde mobiliteit
1. De lidstaten zorgen er voor dat passende maatregelen worden genomen, zo mogelijk op basis van de richtsnoeren in bijlage III, opdat personen met verminderde mobiliteit veilig toegang kunnen hebben tot alle passagiersschepen van de klassen A, B, C en D en alle voor openbaar vervoer gebruikte hogesnelheidspassagiersvaartuigen, waarvan de kiel werd gelegd of waarvan de bouw zich in een soortgelijk stadium bevond op of na 1 oktober 2004.
2. Voor de toepassing van de richtsnoeren van bijlage III werken de lidstaten samen en plegen zij overleg met organisaties van personen met verminderde mobiliteit.
3. Bij de aanpassing van de passagiersschepen van de klassen A, B, C en D en de voor openbaar vervoer gebruikte hogesnelheidspassagiersvaartuigen, waarvan de kiel werd gelegd of waarvan de bouw zich in een soortgelijk stadium bevond vóór 1 oktober 2004, passen de lidstaten de richtsnoeren van bijlage III toe, voor zover dat in economisch opzicht redelijk en uitvoerbaar is.
De lidstaten stellen een nationaal actieplan op voor de toepassing van de richtsnoeren op deze schepen en vaartuigen. Zij delen dat plan uiterlijk op 17 mei 2005 aan de Commissie mee.
4. De lidstaten brengen uiterlijk op 17 mei 2006 aan de Commissie verslag uit over de uitvoering van dit artikel met betrekking tot de in lid 1 bedoelde passagiersschepen, de in lid 3 bedoelde passagiersschepen die meer dan 400 passagiers mogen vervoeren, en alle hogesnelheidspassagiersvaartuigen.