Art. 5 Richtlijn 2009/33/EG, De aankoop van schone en energiezuinige voertuigen
1. De lidstaten zien erop toe dat, uiterlijk op 4 december 2010, alle in artikel 3 bedoelde aanbestedende diensten, aanbestedende entiteiten en exploitanten bij de aankoop van wegvoertuigen rekening houden met de in lid 2 bedoelde energie- en milieueffecten: tijdens de operationele levensduur en ten minste een van de in lid 3 bedoelde opties toepassen.
2. Er moet ten minste rekening worden gehouden met de volgende operationele-energie- en milieueffecten:
a) het energieverbruik,
b) de uitstoot van CO2, en
c) de uitstoot van NOx, NMHC en fijne stofdeeltjes.
Naast de in de eerste alinea vermelde operationele-energie- en milieueffecten kunnen aanbestedende diensten, aanbestedende entiteiten en exploitanten ook andere milieueffecten in aanmerking nemen.
3. Aan de in de leden 1 en 2 bedoelde eisen wordt voldaan door middel van de volgende opties:
a) door in de documentatie voor de aankoop van wegvoertuigen technische specificaties op te nemen inzake energie- en milieuprestaties met betrekking tot elk van de in aanmerking genomen effecten, alsmede eventuele bijkomende milieueffecten; of
b) door energie- en milieueffecten mee te nemen in de aankoopbeslissing, waarbij:
— in gevallen waarin een aanbestedingsprocedure wordt toegepast, deze plaatsvindt door deze effecten te gebruiken als gunningscriteria; en
— ingeval deze effecten worden uitgedrukt in kosten ter opneming in de aankoopbeslissing, gebruik wordt gemaakt van de in artikel 6 vastgestelde methode.