Art. 4 Richtlijn 2009/31/EG, Selectie van opslaglocaties
1. De lidstaten hebben het recht de gebieden te bepalen waarbinnen opslaglocaties kunnen worden geselecteerd overeenkomstig de eisen van deze richtlijn. Dit houdt tevens in dat de lidstaten het recht hebben geen opslag toe te staan op hun grondgebied of in delen daarvan.
2. Lidstaten die voornemens zijn geologische opslag van CO2 op hun grondgebied toe te staan, stellen een onderzoek in naar de opslagcapaciteit op hun grondgebied of in delen daarvan, onder meer door exploratie overeenkomstig artikel 5 toe te staan. De Commissie kan een uitwisseling van informatie en van beste praktijken tussen deze lidstaten organiseren, in het kader van de informatie-uitwisseling waarin artikel 27 voorziet.
3. De geschiktheid van een geologische formatie voor gebruik als opslaglocatie wordt bepaald door een karakterisering en beoordeling van het potentiële opslagcomplex en het omliggende gebied overeenkomstig de in bijlage I gespecificeerde criteria.
4. Een geologische formatie wordt uitsluitend als opslaglocatie geselecteerd indien er onder de voorgestelde exploitatievoorwaarden geen significant risico van lekkage bestaat en er geen significante milieu- of gezondheidrisico’s bestaan.