Art. 14 Richtlijn 2009/31/EG, Rapportering door de exploitant
Met een door de bevoegde autoriteit te bepalen frequentie en in ieder geval ten minste om het jaar dient de exploitant bij de bevoegde autoriteit de volgende gegevens in:
1. alle resultaten van de monitoring overeenkomstig artikel 13 tijdens de verslagperiode, met inbegrip van de informatie over de gebruikte monitoringstechnologie;
2. de hoeveelheden en kenmerken van de tijdens de verslagperiode geleverde en geïnjecteerde CO2-stromen, met inbegrip van de samenstelling van deze stromen, als geregistreerd overeenkomstig punt b) van artikel 12, lid 3;
3. het bewijs dat een financiële zekerheid is gesteld en aangehouden wordt overeenkomstig artikel 19 en artikel 9, punt 9;
4. alle andere informatie die de bevoegde autoriteit als relevant beschouwt voor het beoordelen van de naleving van de opslagvergunningsvoorwaarden en het vergroten van de kennis van het CO2-gedrag in de opslaglocatie.