Art. 2 Richtlijn 2009/30/EG, Wijzigingen in Richtlijn 1999/32/EG

Richtlijn 2009/30/EG

Richtlijn 1999/32/EG wordt als volgt gewijzigd:

1) Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a) punt 3 wordt vervangen door:

„3. Scheepsbrandstof: een uit aardolie verkregen vloeibare brandstof die bestemd is voor gebruik, of gebruikt wordt, aan boord van een schip, met inbegrip van de in ISO 8217 gedefinieerde stoffen. Deze omvat uit aardolie verkregen vloeibare brandstof die gebruikt wordt aan boord van binnenschepen of pleziervaartuigen, zoals omschreven in Richtlijn 97/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1997 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake maatregelen tegen de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door inwendige verbrandingsmotoren die worden gemonteerd in niet voor de weg bestemde mobiele machines (*10) en Richtlijn 94/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 juni 1994 inzake de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten met betrekking tot pleziervaartuigen (*11), indien deze vaartuigen zich op zee bevinden.

(*10) PB L 59 van 27.2.1998, blz. 1."

(*11) PB L 164 van 30.6.1994, blz. 15.”;"

b) punt 3 undecies wordt geschrapt.

2) Artikel 4 ter wordt als volgt gewijzigd:

a) de titel wordt vervangen door: „Maximumzwavelgehalte van mariene brandstoffen gebruikt door in communautaire havens aangemeerde vaartuigen”;

b) in lid 1 wordt punt a) geschrapt;

c) In lid 2 wordt punt b) geschrapt.

3) Artikel 6, lid 1 bis, derde alinea, wordt vervangen door:

„De monsterneming begint op de datum waarop de betrokken grenswaarde voor het maximumzwavelgehalte van de brandstof van kracht wordt. Zij wordt met een voldoende regelmaat en in voldoende hoeveelheden uitgevoerd, en wel zodanig dat de monsters representatief zijn voor de onderzochte brandstof en voor de brandstof die door vaartuigen in de betrokken zeegebieden en havens wordt gebruikt.”.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen