Art. 5 Richtlijn 2009/22/EG, Voorafgaand overleg
1. De lidstaten mogen bepalingen invoeren of handhaven waarbij de partij die voornemens is een verbodsactie in te stellen, deze procedure alleen kan beginnen nadat zij heeft getracht, in overleg hetzij met de gedaagde, hetzij met zowel de gedaagde als een bevoegde instantie in de zin van artikel 3, onder a), van de lidstaat waar het verbod wordt nagestreefd, de inbreuk te doen staken. Het is aan de lidstaat om te besluiten of de partij die de verbodsactie wenst in te stellen, de bevoegde instantie moet raadplegen. Indien niet binnen twee weken na de ontvangst van het verzoek tot overleg wordt bereikt dat de inbreuk wordt gestaakt, kan de betrokken partij onverwijld een verbodsactie instellen.
2. De door de lidstaten voor het voorafgaand overleg vastgestelde regeling wordt ter kennis van de Commissie gebracht en in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt.