Art. 3 Kaderbesluit 2009/299/JBZ, Wijzigingen in Kaderbesluit 2005/214/JBZ
Kaderbesluit 2005/214/JBZ wordt als volgt gewijzigd:
1. Artikel 7, lid 2, wordt als volgt gewijzigd:
a) punt g) komt als volgt te luiden:
„g) volgens het in artikel 4 bedoelde certificaat de betrokkene, in het geval van een schriftelijke procedure, niet in overeenstemming met het recht van de beslissingsstaat persoonlijk of via een naar het nationale recht bevoegde vertegenwoordiger in kennis is gesteld van zijn recht om de zaak te betwisten, alsmede van de termijnen waarbinnen dat rechtsmiddel moet worden aangewend”;
b) de volgende punten worden toegevoegd:
„i) volgens het in artikel 4 bedoelde certificaat de betrokkene niet in persoon is verschenen op het proces dat tot de beslissing heeft geleid, tenzij in het certificaat is vermeld dat de betrokkene, overeenkomstig nadere in het nationale recht van de beslissingsstaat bepaalde procedurevoorschriften:
i) tijdig
— persoonlijk is gedagvaard en daarbij op de hoogte is gebracht van het tijdstip en de plaats van het proces dat tot de beslissing heeft geleid of anderszins daadwerkelijk officieel in kennis is gesteld van het tijdstip en de plaats van dat proces, zodat op ondubbelzinnige wijze vaststaat dat hij op de hoogte was van het voorgenomen proces,
en
— ervan in kennis is gesteld dat een beslissing kan worden gegeven wanneer hij niet op het proces verschijnt;
of
ii) op de hoogte was van het voorgenomen proces, een zelf gekozen of van overheidswege toegewezen raadsman heeft gemachtigd zijn verdediging op het proces te voeren, en op het proces ook werkelijk door die raadsman is verdedigd;
of
iii) nadat de beslissing aan hem was betekend en hij uitdrukkelijk was geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarbij de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, en die kan leiden tot herziening van de oorspronkelijke beslissing:
— uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat hij de beslissing niet betwist;
of
— niet binnen de voorgeschreven termijn verzet of hoger beroep heeft aangetekend;
j) volgens het in artikel 4 bedoelde certificaat de betrokkene niet in persoon is verschenen, tenzij in het certificaat is vermeld dat de betrokkene, na uitdrukkelijk te zijn geïnformeerd over de procedure en over de mogelijkheid om in persoon aanwezig te zijn op het proces, uitdrukkelijk heeft verklaard afstand te doen van zijn recht op een mondelinge behandeling en uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat hij de zaak niet betwist.”.
2. Artikel 7, lid 3, wordt vervangen door:
„3. In de gevallen bedoeld in lid 1 en in lid 2, onder c), g), i) en j), raadpleegt de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat, voordat zij besluit een beslissing geheel of gedeeltelijk niet te erkennen of niet ten uitvoer te leggen, de bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat, in voorkomend geval met het verzoek onverwijld alle noodzakelijke gegevens te verstrekken.”.
3. In punt h) van de bijlage („certificaat”) wordt punt 3 vervangen door:
1. 2. 3. 4.