Art. 20 Verordening (EG) nr. 1251/2008, Overgangsbepalingen
Verordening (EG) nr. 1251/2008
1. Gedurende een overgangsperiode tot en met 30 juni 2009 mogen de in artikel 4, lid 1, bedoelde waterdieren voor sierdoeleinden in de handel worden gebracht zonder kennisgevingsverplichting in het kader van het in artikel 20, lid 1, van Richtlijn 90/425/EEG bedoelde geïnformatiseerde systeem (Traces), mits zij hun plaats van eindbestemming vóór die datum hebben bereikt.
2. Gedurende een overgangsperiode tot en met 30 juni 2009 mogen zendingen van aquacultuurdieren en producten daarvan die vergezeld gaan van een vervoersdocument of een diergezondheidscertificaat overeenkomstig bijlage E bij Richtlijn 91/67/EEG of de Beschikkingen 1999/567/EG en 2003/390/EG in de handel worden gebracht, mits zij hun plaats van eindbestemming vóór die datum hebben bereikt.
3. Gedurende een overgangsperiode tot en met 30 juni 2009 mogen de volgende zendingen van aquacultuurdieren en producten daarvan worden ingevoerd in of doorgevoerd door de Gemeenschap:
a) zendingen die vergezeld gaan van een diergezondheidscertificaat overeenkomstig de Beschikkingen 2003/804/EG, 2003/858/EG en 2006/656/EG;
b) zendingen die vallen onder hoofdstuk IV van deze verordening, maar niet onder de Beschikkingen 2003/804/EG, 2003/858/EG en 2006/656/EG.
Artikel 14, lid 3, is tijdens die periode niet van toepassing op de onder a) en b) bedoelde zendingen.
4. Gedurende een overgangsperiode tot en met 31 december 2009 mogen lidstaten de invoer toestaan van voor menselijke consumptie bestemde aquacultuurdieren en producten daarvan uit derde landen, grondgebieden, gebieden of compartimenten die zijn opgenomen in de bijlagen I en II bij Verordening (EG) nr. 2076/2005.
5. Gedurende een overgangsperiode tot en met 31 december 2010 mogen de lidstaten de invoer toestaan van waterdieren voor sierdoeleinden van voor het epizoötisch ulceratief syndroom (EUS) vatbare soorten die uitsluitend bestemd zijn voor gesloten siervisvoorzieningen uit derde landen of grondgebieden die lid zijn van de Wereldorganisatie voor diergezondheid (Internationaal Bureau voor besmettelijke veeziekten — OIE).
Tijdens die overgangsperiode zijn de voorschriften betreffende EUS, die zijn opgenomen in deel II.2 van het diergezondheidscertificaat van deel B van bijlage IV, niet van toepassing op waterdieren voor sierdoeleinden die uitsluitend bestemd zijn voor gesloten siervisvoorzieningen.