Art. 78 Verordening (EG) nr. 889/2008, Specifieke controlemaatregelen voor de bijenteelt

Verordening (EG) nr. 889/2008

1. De bijenteler verstrekt de controlerende autoriteit of het controleorgaan een kaart op een passende schaal met de locatie van de kasten. Indien zulke gebieden niet zijn aangeduid overeenkomstig artikel 13, lid 2, moet de bijenteler de controlerende autoriteit of het controleorgaan de nodige documenten en bewijzen verschaffen, waaronder zo nodig passende analyses, om aan te tonen dat de zones die voor zijn kolonies bereikbaar zijn, voldoen aan de voorschriften van deze verordening.

2. Met betrekking tot het gebruik van voeding moet in het bijenstalregister de volgende informatie worden opgenomen: aard van het product, data waarop, hoeveelheden waarin en kasten waarvoor het werd gebruikt.

3. Telkens wanneer geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik worden toegediend, moeten het type product, met de aanduiding van de actieve farmacologische stof, de diagnosegegevens, de dosering, de wijze van toediening, de duur van de behandeling en de wettelijke wachttijd duidelijk worden geregistreerd en bij de controlerende autoriteit of het controleorgaan worden gemeld voordat de producten als biologisch geproduceerde producten in de handel worden gebracht.

4. De zone waar de bijenstal is gelokaliseerd, moet worden geregistreerd, samen met de gegevens ter identificatie van de kasten. De controleautoriteiten of controleorganen moeten binnen een met hen overeen te komen termijn worden geïnformeerd over verplaatsingen van bijenstallen.

5. Er moet in het bijzonder op worden toegezien dat de producten van de bijenteelt op adequate wijze worden gewonnen, verwerkt en opgeslagen. Alle maatregelen die worden getroffen om aan dit voorschrift te voldoen, moeten worden geregistreerd.

6. In het register van elke bijenstal moeten het verwijderen van de honingkamers en de handelingen voor de honingwinning worden opgetekend.

Vorige artikelen

Volgende artikelen