Art. 41 VIS-verordening, Toezicht door de nationale toezichthoudende autoriteit
Verordening (EG) nr. 767/2008 (VIS-verordening)
1. De in elke lidstaat aangewezen autoriteit of autoriteiten waaraan de bevoegdheden bedoeld in artikel 28 van Richtlijn 95/46/EG zijn toebedeeld (de „nationale toezichthoudende autoriteit”), houden onafhankelijk toezicht op de rechtmatigheid van de verwerking van de in artikel 5, lid 1, bedoelde persoonsgegevens door de betrokken lidstaat, met inbegrip van de verzending ervan naar en van het VIS.
2. De nationale toezichthoudende autoriteit zorgt ervoor dat ten minste om de vier jaar een audit van de gegevensverwerking in het nationale systeem wordt verricht overeenkomstig de desbetreffende internationale auditnormen.
3. De lidstaten zorgen ervoor dat hun nationale toezichthoudende autoriteit voldoende middelen ter beschikking heeft om haar taken uit hoofde van deze verordening te kunnen vervullen.
4. Elke lidstaat wijst voor de verwerking van persoonsgegevens in het VIS de autoriteit aan die moet worden beschouwd als de voor de verwerking verantwoordelijke in de zin van artikel 2, onder d), van Richtlijn 95/46/EG en die de centrale verantwoordelijkheid voor de gegevensverwerking door deze lidstaat heeft. Elke lidstaat deelt de gegevens van deze autoriteit mee aan de Commissie.
5. Elke lidstaat verstrekt de door nationale toezichthoudende autoriteiten gevraagde informatie en verstrekt hen in het bijzonder informatie over de in overeenstemming met artikel 28 en artikel 29, lid 1, verrichte activiteiten, verleent hen toegang tot de in artikel 28, lid 4, onder c), bedoelde lijsten en zijn in artikel 34 bedoelde registers en te allen tijde tot al zijn gebouwen en terreinen.