Art. 6, Beoordeling van de noodzaak van toepassing van een technisch voorschrift
1. Wanneer een bevoegde autoriteit voornemens is een besluit als bedoeld in artikel 2, lid 1, vast te stellen, stelt zij de overeenkomstig artikel 8 geïdentificeerde marktdeelnemer schriftelijk van dat voornemen in kennis, waarbij zij specificeert op welk technisch voorschrift haar besluit zal worden gebaseerd en technisch of wetenschappelijk bewijs aanvoert voor de volgende argumenten:
a) het voorgenomen besluit is gerechtvaardigd op een van de in artikel 30 van het Verdrag genoemde gronden van openbaar belang of gezien andere dwingende redenen van openbaar belang, en
b) het voorgenomen besluit is geschikt om het nagestreefde doel te bereiken en gaat niet verder dan wat nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.
De voorgenomen besluiten dienen gebaseerd te worden op de kenmerken van het betrokken product of betrokken producttype.
De betrokken marktdeelnemer beschikt na ontvangst van de kennisgeving over ten minste twintig werkdagen om opmerkingen te maken. In de kennisgeving wordt de termijn voor de indiening van opmerkingen vermeld.
2. De besluiten bedoeld in artikel 2, lid 1, worden binnen een termijn van 20 werkdagen na het verstrijken van de in lid 1 bedoelde termijn voor de ontvangst van opmerkingen van de marktdeelnemer genomen en ter kennis van de betrokken marktdeelnemer en de Commissie gebracht. In het besluit wordt naar behoren rekening gehouden met die opmerkingen en wordt opgave gedaan van de redenen waarop het is gebaseerd, met inbegrip van de redenen waarom aan de eventueel door de marktdeelnemer aangevoerde argumenten werd voorbijgegaan, alsook van het technische of wetenschappelijke bewijs als bedoeld in lid 1 van dit artikel.
Wanneer, gezien de complexiteit van het geval, daartoe gegronde redenen bestaan, kan de bevoegde autoriteit de in de eerste alinea genoemde termijn eenmaal en met ten hoogste 20 werkdagen verlengen. Deze verlenging moet naar behoren worden gemotiveerd en vóór het verstrijken van de oorspronkelijke termijn ter kennis van de marktdeelnemer worden gebracht.
De in artikel 2, lid 1, bedoelde besluiten vermelden tevens de rechtsmiddelen die krachtens de in de betrokken lidstaat geldende wetgeving openstaan, en de termijn waarbinnen die rechtsmiddelen moeten worden aangewend. Dergelijke besluiten kunnen voor de nationale rechterlijke instanties of andere beroepsinstanties worden aangevochten.
3. Wanneer de bevoegde autoriteit na de schriftelijke kennisgeving overeenkomstig lid 1 afziet van het nemen van een besluit als bedoeld in artikel 2, lid 1, stelt zij de betrokken marktdeelnemer daarvan onverwijld in kennis.
4. Wanneer de bevoegde autoriteit de marktdeelnemer binnen de in lid 2 van dit artikel bepaalde termijn niet in kennis stelt van een besluit als bedoeld in artikel 2, lid 1, wordt het product, voor zover het de toepassing van het in lid 1 van dit artikel bedoelde technische voorschrift betreft, geacht in de betrokken lidstaat rechtmatig in de handel te zijn gebracht.