Art. 60 Verordening (EG) nr. 555/2008, Nieuweaanplantrechten

Verordening (EG) nr. 555/2008

1. Wanneer de lidstaten nieuweaanplantrechten toekennen voor oppervlakten die voor nieuwe aanplant bestemd zijn in het kader van ruilverkavelingen of onteigeningen in het algemeen belang waartoe krachtens de nationale wetgeving is besloten, vergewissen zij zich ervan dat deze rechten niet worden toegekend voor een oppervlakte die, uitgedrukt in uitsluitend met wijnstokken beplante cultuurgrond, groter is dan 105 % van de met wijnstokken beplante oppervlakte waarop de ruilverkaveling of onteigening in het algemeen belang betrekking had.

2. Als de lidstaten nieuweaanplantrechten toekennen voor oppervlakten die voor experimenten bestemd zijn, mogen de producten die bereid zijn uit op die oppervlakten geteelde druiven, in de hele periode waarin het experiment loopt, niet in de handel worden gebracht.

3. Als lidstaten nieuweaanplantrechten toekennen voor oppervlakten die bestemd zijn voor het kweken van entstokken, worden de druiven van die wijnstokken niet geoogst of, als ze wel worden geoogst, worden ze vernietigd gedurende de hele periode waarin de productie van de entstokken plaatsvindt.

4. De nieuweaanplantrechten die krachtens de leden 2 en 3 worden toegekend, gelden alleen tijdens de periode waarin het experiment loopt, respectievelijk de periode waarin de productie van entstokken plaatsvindt.

Na de in de eerste alinea bedoelde periode:

a) gebruikt de producent herbeplantingsrechten of uit een reserve toegekende aanplantrechten om de betrokken oppervlakte te kunnen gebruiken voor de productie van wijn die bestemd is om in de handel te worden gebracht; of

b) moeten de op deze oppervlakten aangeplante wijnstokken worden gerooid; de uitgaven voor het rooien worden gedragen door de betrokken producent; totdat de betrokken oppervlakte is gerooid, mogen producten die zijn bereid uit op deze oppervlakten geteelde druiven, uitsluitend in het verkeer worden gebracht voor distillatie op kosten van de producent; deze producten mogen niet worden gebruikt voor de bereiding van alcohol met een effectief alcoholgehalte van 80 % vol of minder.

5. Vóór 1 augustus 2000 toegekende nieuweaanplantrechten voor oppervlakten die voor experimenten of voor het kweken van entstokken zijn bestemd en alle voorschriften voor het gebruik van die rechten of betreffende de oppervlakten waarop op grond van die rechten wijnstokken zijn aangeplant, blijven geldig gedurende de periode waarin het experiment loopt, respectievelijk de periode waarin de productie van de entstokken plaatsvindt. Na afloop van de periode waarin het experiment loopt of van de periode waarin de productie van de entstokken plaatsvindt, geldt voor deze oppervlakten het bepaalde in lid 4, tweede alinea.

6. Als artikel 91, lid 1, onder d), van Verordening (EG) nr. 479/2008 wordt toegepast, mag een lidstaat, om te voorkomen dat buitensporige administratieve verplichtingen worden opgelegd, bepalen dat voor oppervlakten waarvan de wijn of de wijnbouwproducten uitsluitend bestemd zijn voor consumptie door het wijnbouwersgezin, de in artikel 85, lid 1, van die verordening voorgeschreven rooiverplichting niet geldt. De lidstaten mogen dit slechts toestaan voor zover:

a) de oppervlakte per wijnbouwer niet groter is dan een door de lidstaat vast te stellen maximumoppervlakte, die in elk geval niet groter mag zijn dan 0,1 hectare; en

b) de betrokken wijnbouwer geen wijn voor commerciële doeleinden produceert.

7. Het is verboden wijn of wijnbouwproducten afkomstig van de in lid 6 bedoelde oppervlakten in de handel te brengen. De lidstaten passen een adequate regeling toe om op de naleving van dit verbod toe te zien. Als wordt geconstateerd dat dit verbod niet wordt nageleefd, is, naast de door de lidstaat opgelegde sancties, ook lid 4, tweede alinea, onder b), van toepassing. De lidstaten registreren alle gevallen waarin dit lid wordt toegepast.

Vorige artikelen

Volgende artikelen