Art. 21 Verordening (EG) nr. 555/2008, Vaststelling van een minimaal alcoholpercentage
1. Met inachtneming van punt 1 van bijlage VI.D bij Verordening (EG) nr. 479/2008 stellen de lidstaten het alcoholvolume vast dat de bijproducten moeten bevatten ten opzichte van het alcoholvolume in de geproduceerde wijn. De lidstaten kunnen het minimale alcoholpercentage differentiëren op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria.
2. Als het relevante percentage dat de lidstaten overeenkomstig lid 1 hebben vastgesteld, niet wordt bereikt, leveren degenen voor wie de verplichting geldt, een hoeveelheid wijn van eigen productie die groot genoeg is om dat percentage te halen.
3. Met het oog op de vaststelling van het alcoholvolume dat de bijproducten moeten bevatten ten opzichte van het alcoholvolume in de geproduceerde wijn, moet in de verschillende wijnbouwzones het volgende forfaitaire natuurlijke alcoholvolumegehalte voor wijn worden toegepast:
a) 8,0 % voor zone A;
b) 8,5 % voor zone B;
c) 9,0 % voor zone C I;
d) 9,5 % voor zone C II;
e) 10,0 % voor zone C III.