Art. 38 Verordening (EG) nr. 479/2008, Inleidende nationale procedure

Verordening (EG) nr. 479/2008

1. Een aanvraag tot bescherming van een in artikel 34 bedoelde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding voor wijn uit de Gemeenschap wordt overeenkomstig het onderhavige artikel behandeld in het kader van een inleidende nationale procedure.

2. De beschermingsaanvraag wordt ingediend in de lidstaat op het grondgebied waarvan de oorsprongsbenaming of geografische aanduiding is ontstaan.

3. De betrokken lidstaat gaat na of de beschermingsaanvraag voldoet aan de in dit hoofdstuk vastgestelde voorwaarden.

De door de lidstaat te volgen nationale procedure houdt in dat de aanvraag naar behoren wordt bekendgemaakt en dat op het grondgebied van de betrokken lidstaat woonachtige of gevestigde natuurlijke of rechtspersonen met een legitiem belang gedurende ten minste twee maanden na de datum van bekendmaking van de beschermingsaanvraag bezwaar kunnen aantekenen tegen de voorgestelde bescherming door een met redenen omklede verklaring in te dienen bij de betrokken lidstaat.

4. Een oorsprongsbenaming of geografische aanduiding die volgens de lidstaat niet aan de betrokken vereisten voldoet, onder meer op het gebied van verenigbaarheid met de Gemeenschapswetgeving in haar geheel, wordt door die lidstaat afgewezen.

5. Een lidstaat die oordeelt dat de betrokken vereisten zijn nageleefd

a) publiceert het enige document en het productdossier ten minste op het internet, en

b) zendt aan de Commissie een beschermingsaanvraag met de volgende gegevens:

i) de naam en het adres van de aanvrager;

ii) het in artikel 35, lid 1, onder d), bedoelde enige document;

iii) een verklaring waarin de lidstaat aangeeft dat de door de aanvrager ingediende aanvraag volgens die lidstaat voldoet aan de voorwaarden van deze verordening;

iv) de vindplaats van de in punt a) bedoelde bekendmaking.

Deze informatie wordt ingediend in één van de officiële talen van de Gemeenschap of gaan vergezeld van een gecertificeerde vertaling in één van die talen.

6. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 1 augustus 2009 aan dit artikel te voldoen.

7. Wanneer een lidstaat geen nationale wetgeving inzake de bescherming van oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen heeft, kan deze lidstaat, uitsluitend bij wijze van overgangsregeling, de benaming overeenkomstig dit hoofdstuk op nationaal niveau beschermen met ingang van de dag waarop de aanvraag bij de Commissie wordt ingediend. De nationale bescherming bij wijze van overgangsregeling eindigt op de datum waarop overeenkomstig dit hoofdstuk een besluit inzake de registratie of de weigering wordt genomen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen