Art. 104 Verordening (EG) nr. 479/2008, Vrijstellingen
1. Een lidstaat mag besluiten verdere aanvragen als bedoeld in artikel 102, lid 1, af te wijzen zodra in totaal 8 % van de in bijlage VIII opgenomen, met wijnstokken beplante oppervlakte is gerooid.
Een lidstaat mag besluiten verdere aanvragen als bedoeld in artikel 102, lid 1, voor een regio af te wijzen zodra in totaal 10 % van de met wijnstokken beplante oppervlakte van die regio is gerooid.
2. Volgens de in artikel 113, lid 1, bedoelde procedure kan worden besloten om de toepassing van de rooiregeling in een lidstaat stop te zetten indien, rekening houdend met de nog in behandeling zijnde aanvragen, het voortzetten van het rooien tot gevolg zou hebben dat in totaal meer dan 15 % van de in bijlage VIII opgenomen, totale met wijnstokken beplante oppervlakte van de lidstaat zou worden gerooid.
3. Volgens de in artikel 113, lid 1, bedoelde procedure kan worden besloten om de toepassing van de rooiregeling in een lidstaat voor een bepaald jaar stop te zetten indien, rekening houdend met de nog in behandeling zijnde aanvragen, het voortzetten van het rooien in dat bepaalde jaar van de toepassing van de regeling tot gevolg zou hebben dat in totaal meer dan 6 % van de in bijlage VIII opgenomen, totale met wijnstokken beplante oppervlakte van de lidstaat zou worden gerooid.
4. De lidstaten mogen overeenkomstig voorwaarden die volgens de in artikel 113, lid 1, bedoelde procedure worden vastgesteld, bepalen dat wijnstokken in berggebieden en gebieden met steile hellingen niet in aanmerking komen voor de rooiregeling.
5. De lidstaten mogen bepalen dat oppervlakten waarop de toepassing van de rooiregeling milieuproblemen zou veroorzaken, niet in aanmerking komen voor deze regeling. De oppervlakte die aldus als niet-subsidiabel op grond van de rooiregeling is aangemerkt, mag niet groter zijn dan 3 % van de in bijlage VIII opgenomen, met wijnstokken beplante oppervlakte.
6. Griekenland mag bepalen dat met wijnstokken beplante oppervlakten op eilanden in de Egeïsche Zee en op de Griekse Ionische eilanden, met uitzondering van Kreta en Eubia, niet in aanmerking komen voor de rooiregeling.
7. De in dit hoofdstuk omschreven rooiregeling is niet van toepassing op de Azoren, Madeira en de Canarische Eilanden.
8. Lidstaten die beslissen gebruik te maken van de in de leden 4, 5 en 6 vastgestelde mogelijkheid, stellen de Commissie uiterlijk op 1 augustus van elk jaar en voor het eerst uiterlijk op 1 augustus 2008 in kennis van de volgende gegevens met betrekking tot de uit te voeren rooimaatregel:
a) de oppervlakten die als niet-subsidiabel op grond van de rooiregeling zijn aangemerkt;
b) de redenen waarom deze als niet-subsidiabel zijn aangemerkt overeenkomstig de leden 4 en 5.
9. De lidstaten geven de producenten in gebieden die niet-subsidiabel zijn of op grond van de leden 4 tot en met 7 als niet-subsidiabel zijn aangemerkt, prioritaire toegang tot andere in deze verordening vastgestelde steunmaatregelen, met name, in voorkomend geval, herstructurerings- en omschakelingsmaatregelen in het kader van de steunprogramma's en de maatregelen voor plattelandsontwikkeling.