Art. 75 Verordening (EG) nr. 450/2008, Termijnen voor uitstel van betaling

Verordening (EG) nr. 450/2008

1. De termijn waarvoor uitstel van betaling krachtens artikel 74 wordt verleend, bedraagt 30 dagen.

2. Indien uitstel van betaling wordt verleend overeenkomstig artikel 74, onder a), gaat de termijn in op de dag volgende op die waarop de douaneschuld aan de schuldenaar is medegedeeld.

3. Indien uitstel van betaling wordt verleend overeenkomstig artikel 74, onder b), gaat de termijn in op de dag volgende op die waarop de periode verstrijkt waarbinnen de bedragen aan rechten waarvoor uitstel van betaling wordt verleend, zijn geboekt. Deze termijn wordt verminderd met een aantal dagen dat gelijk is aan de helft van het aantal dagen dat deze periode omvat.

4. Indien uitstel van betaling wordt verleend overeenkomstig artikel 74, onder c), gaat de termijn in op de dag volgende op die waarop de periode verstrijkt die is vastgesteld voor de vrijgave van de betrokken goederen. Deze termijn wordt verminderd met een aantal dagen dat gelijk is aan de helft van het aantal dagen dat deze periode omvat.

5. Indien de in de leden 3 en 4 bedoelde perioden uit een oneven aantal dagen bestaan, is het aantal dagen dat overeenkomstig deze leden op de termijn van 30 dagen in mindering moet worden gebracht, gelijk aan de helft van het even getal dat onmiddellijk aan het oneven getal voorafgaat.

6. Indien de in de leden 3 en 4 bedoelde perioden kalenderweken zijn, kunnen de lidstaten bepalen dat het bedrag aan in- of uitvoerrechten waarvoor uitstel van betaling werd verleend, dient te worden betaald uiterlijk op de vrijdag van de vierde week volgende op de betrokken kalenderweek.

Indien deze perioden kalendermaanden zijn, kunnen de lidstaten bepalen dat het bedrag aan in- of uitvoerrechten waarvoor uitstel van betaling werd verleend, dient te worden betaald uiterlijk op de zestiende dag van de maand volgende op de betrokken kalendermaand.