Art. 42 Verordening (EG) nr. 450/2008, Bijkomende methoden voor de vaststelling van de douanewaarde
1. Indien de douanewaarde van de goederen niet met toepassing van artikel 41 kan worden vastgesteld, dient achtereenvolgens te worden nagegaan welk van de punten a) tot en met d) van lid 2 van toepassing is en dient de douanewaarde van de goederen te worden vastgesteld met toepassing van het eerste punt dat die vaststelling mogelijk maakt.
De volgorde waarin de punten c) en d) worden toegepast, dient te worden omgekeerd indien de aangever daarom verzoekt.
2. De douanewaarde overeenkomstig lid 1 is:
a) de transactiewaarde van identieke goederen die op hetzelfde of nagenoeg hetzelfde tijdstip naar het douanegebied van de Gemeenschap zijn uitgevoerd als de te waarderen goederen;
b) de transactiewaarde van soortgelijke goederen die op hetzelfde of nagenoeg hetzelfde tijdstip naar het douanegebied van de Gemeenschap zijn uitgevoerd als de goederen waarvan de waarde wordt bepaald;
c) de waarde gebaseerd op de prijs per eenheid waartegen de ingevoerde goederen of identieke of soortgelijke ingevoerde goederen in het douanegebied van de Gemeenschap in de grootste samengevoegde hoeveelheid zijn verkocht aan personen die niet zijn verbonden met de verkopers;
d) de berekende waarde.
3. Indien de douanewaarde niet met toepassing van lid 1 kan worden vastgesteld, wordt zij aan de hand van in het douanegebied van de Gemeenschap beschikbare gegevens vastgesteld met gebruikmaking van redelijke middelen die in overeenstemming zijn met de beginselen en de algemene bepalingen van:
a) de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel;
b) artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel;
c) dit hoofdstuk.