Art. 177 Verordening (EG) nr. 450/2008, Douanetoezicht en formaliteiten bij uitgaan

Verordening (EG) nr. 450/2008

1. Goederen die het douanegebied van de Gemeenschap verlaten, zijn onderworpen aan douanetoezicht en kunnen worden onderworpen aan douanecontroles. In voorkomend geval kunnen de douaneautoriteiten overeenkomstig de krachtens lid 5 aangenomen maatregelen vaststellen langs welke route en binnen welke termijn de goederen het douanegebied van de Gemeenschap moeten verlaten.

2. Goederen die bestemd zijn om het douanegebied van de Gemeenschap te verlaten, worden aangebracht bij het douanekantoor dat bevoegd is voor de plaats waar de goederen het douanegebied van de Gemeenschap verlaten en zijn onderworpen aan formaliteiten bij uitgaan, die, naargelang van het geval, het volgende omvatten:

a) de terugbetaling of kwijtschelding van invoerrechten of de betaling van restituties bij uitvoer;

b) de inning van uitvoerrechten;

c) de formaliteiten krachtens de voorschriften inzake andere heffingen;

d) de toepassing van verboden of beperkingen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van, onder meer, de openbare zedelijkheid, de openbare orde of de openbare veiligheid, de bescherming van de gezondheid en het leven van mens, dier of plant, de bescherming van het milieu, de bescherming van het nationaal artistiek, historisch en archeologisch bezit en de bescherming van industriële of commerciële eigendom, waaronder die ten aanzien van drugsprecursoren, goederen die inbreuk maken op bepaalde intellectuele-eigendomsrechten en liquide middelen die de Gemeenschap verlaten, alsmede de uitvoering van maatregelen voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden en van handelspolitieke maatregelen.

3. Goederen die het douanegebied van de Gemeenschap verlaten, worden bij de douane aangebracht door een van de volgende personen:

a) de persoon die de goederen uit het douanegebied van de Gemeenschap uitvoert;

b) de persoon in wiens naam of voor wiens rekening degene handelt die de goederen uit het douanegebied van de Gemeenschap uitvoert;

c) de persoon die aansprakelijk is voor het vervoer van de goederen vóór de uitvoer ervan uit het douanegebied van de Gemeenschap.

4. Goederen worden voor uitgaan uit het douanegebied van de Gemeenschap vrijgegeven op voorwaarde dat zij dit gebied verlaten in dezelfde staat als op het tijdstip van aanvaarding van de aangifte vóór vertrek.

5. De Commissie neemt volgens de in artikel 184, lid 2, bedoelde procedure maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de leden 1, 2 en 3 van dit artikel.