Art. 151 Verordening (EG) nr. 450/2008, Het plaatsen van goederen in tijdelijke opslag

Verordening (EG) nr. 450/2008

1. De volgende niet-communautaire goederen worden op het tijdstip waarop zij bij de douane zijn aangebracht, geacht te zijn aangegeven voor de regeling tijdelijke opslag door de houder van de goederen tenzij zij voor een andere douaneregeling zijn aangegeven:

a) goederen die het douanegebied van de Gemeenschap binnenkomen, met uitzondering van die welke rechtstreeks een vrije zone worden binnengebracht;

b) goederen die vanuit een vrije zone een ander deel van het douanegebied van de Gemeenschap binnenkomen;

c) goederen ten aanzien waarvan de regeling extern douanevervoer wordt beëindigd.

De douaneaangifte wordt geacht te zijn ingediend en door de douaneautoriteiten te zijn aanvaard op het tijdstip waarop de goederen bij de douane zijn aangebracht.

2. De summiere aangifte bij binnenbrengen, of een document voor douanevervoer ter vervanging daarvan, vormt de douaneaangifte voor de regeling tijdelijke opslag.

3. De douaneautoriteiten kunnen van de houder van de goederen eisen dat deze zekerheid stelt voor de betaling van een met de douaneschuld overeenkomend bedrag aan in- of uitvoerrechten en andere heffingen overeenkomstig andere relevante voorschriften, die verschuldigd kunnen worden.

4. Indien goederen om enigerlei reden niet kunnen worden geplaatst of niet langer kunnen worden gehandhaafd onder de regeling tijdelijke opslag, nemen de douaneautoriteiten onverwijld alle nodige maatregelen om de situatie van deze goederen te regulariseren. De artikelen 125 tot en met 127 zijn mutatis mutandis van toepassing.

5. De Commissie kan volgens de in artikel 184, lid 2, bedoelde procedure maatregelen nemen voor de uitvoering van dit artikel.