Art. 142 Verordening (EG) nr. 450/2008, Equivalente goederen

Verordening (EG) nr. 450/2008

1. Equivalente goederen zijn communautaire goederen die in plaats van de onder een bijzondere regeling geplaatste goederen worden opgeslagen, gebruikt of verwerkt.

Bij de regeling passieve veredeling zijn equivalente goederen niet-communautaire goederen die worden verwerkt in plaats van onder de regeling passieve veredeling geplaatste communautaire goederen.

Equivalente goederen moeten onder dezelfde achtcijfercode van de gecombineerde nomenclatuur zijn ingedeeld en dezelfde handelskwaliteit en technische kenmerken hebben als de goederen die zij vervangen.

Maatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening door haar aan te vullen, die afwijkingen van de derde alinea van dit lid vastleggen, worden vastgesteld volgens de in artikel 184, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

2. Mits de goede werking van de regeling, met name wat het douanetoezicht betreft, is verzekerd, kunnen de douaneautoriteiten het volgende toestaan:

a) het gebruik van equivalente goederen onder een bijzondere regeling met uitzondering van de regeling douanevervoer, tijdelijke invoer en tijdelijke opslag;

b) voor de regeling actieve veredeling, de uitvoer van uit equivalente goederen verkregen veredelingsproducten voorafgaand aan de invoer van de goederen die zij vervangen;

c) voor de regeling passieve veredeling, de invoer van uit equivalente goederen verkregen veredelingsproducten voorafgaand aan de uitvoer van de goederen die zij vervangen.

Maatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening door haar aan te vullen, die de gevallen waarin de douaneautoriteiten het gebruik van equivalente onder de regeling tijdelijke invoer kunnen toestaan, vastleggen, worden vastgesteld volgens de in artikel 184, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

3. Het gebruik van equivalente goederen is niet toegestaan in de volgende gevallen:

a) indien uitsluitend gebruikelijke behandelingen als omschreven in artikel 141 in het kader van actieve veredeling worden verricht;

b) indien er een verbod geldt op terugbetaling of kwijtschelding of vrijstelling van invoerrechten voor niet van oorsprong zijnde goederen die worden gebruikt voor de vervaardiging van veredelingsproducten die zich onder de regeling actieve veredeling bevinden waarvoor een bewijs van oorsprong wordt afgegeven of opgesteld in het kader van een preferentiële regeling tussen de Gemeenschap en bepaalde landen of gebieden dan wel groepen van landen of gebieden buiten het douanegebied van de Gemeenschap, of

c) indien dit zou leiden tot een onbillijk voordeel op het vlak van de invoerrechten.

Maatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening door haar aan te vullen, die aanvullende gevallen waarin equivalente goederen niet mogen worden gebruikt, vastleggen, worden vastgesteld volgens de in artikel 184, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

4. In het in lid 2, onder b), bedoelde geval wordt, indien de veredelingsproducten aan uitvoerrechten zouden zijn onderworpen indien zij niet in het kader van de regeling actieve veredeling werden uitgevoerd, door de houder van de vergunning zekerheid voor betaling van de rechten gesteld, indien de niet-communautaire goederen niet binnen de bij artikel 169, lid 3, gestelde termijn worden ingevoerd.