Art. 126 Verordening (EG) nr. 450/2008, Door te douaneautoriteiten te nemen maatregelen

Verordening (EG) nr. 450/2008

1. De douaneautoriteiten nemen alle nodige maatregelen, inclusief verbeurdverklaring en verkoop, of vernietiging, voor de verwijdering van goederen in de volgende gevallen:

a) indien een van de bij de douanewetgeving vastgestelde verplichtingen betreffende het binnenbrengen van niet-communautaire goederen in het douanegebied van de Gemeenschap niet is nagekomen of de goederen aan het douanetoezicht zijn onttrokken;

b) indien de goederen niet kunnen worden vrijgegeven om een van de volgende redenen:

i) het onderzoek van de goederen kon niet binnen de door de douaneautoriteiten gestelde termijnen worden aangevangen of voortgezet om redenen die aan de aangever te wijten zijn;

ii) de bescheiden die vereist zijn voordat de goederen kunnen worden geplaatst onder of vrijgegeven voor de douaneregeling waarvoor zij werden aangegeven, zijn niet overgelegd;

iii) de invoer- of uitvoerrechten, naargelang van het geval, werden niet binnen de gestelde termijn betaald of er werd binnen die termijn geen zekerheid gesteld;

iv) de goederen zijn onderworpen aan verboden of beperkingen;

c) indien de goederen na de vrijgave niet binnen een redelijke termijn zijn weggevoerd;

d) indien na de vrijgave blijkt dat de goederen niet aan de voorwaarden voor vrijgave voldeden;

e) indien de goederen overeenkomstig artikel 127 aan de staat worden afgestaan.

2. Niet-communautaire goederen die aan de staat zijn afgestaan, in beslag zijn genomen of zijn verbeurdverklaard, worden geacht onder de regeling tijdelijke opslag te zijn geplaatst.