Art. 23 Verordening (EG) nr. 110/2008, Verband tussen merken en geografische aanduidingen

Verordening (EG) nr. 110/2008

1. De inschrijving van een merk dat een in bijlage III geregistreerde geografische aanduiding bevat of uit een dergelijke aanduiding bestaat, wordt geweigerd of nietig verklaard als het gebruik van dat merk tot een van de in lid 16 bedoelde situaties zou leiden.

2. Met inachtneming van het Gemeenschapsrecht mag een merk, dat hetzij vóór de datum waarop de oorsprongsbenaming of de geografische aanduiding in het land van oorsprong is beschermd, hetzij vóór 1 januari 1996 te goeder trouw is gedeponeerd of ingeschreven, of waarop, indien de betrokken wetgeving die mogelijkheid voorziet, door gebruik te goeder trouw op het grondgebied van de Gemeenschap rechten zijn verworven, gebruikt in situaties als bedoeld in artikel 16 verder worden gebruikt niettegenstaande de registratie van een geografische aanduiding, mits het merk geen reden geeft tot nietigverklaring of herroeping op grond van de eerste Richtlijn 89/104/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten (11) of Verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad van 20 december 1993 inzake het Gemeenschapsmerk (12).

3. Een geografische aanduiding wordt niet geregistreerd indien de registratie, rekening houdend met de reputatie en de bekendheid van een merk en met de tijd dat het reeds in gebruik is in de Gemeenschap, de consument kan misleiden ten aanzien van de ware identiteit van het product.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen