Art. 21, Afgewerkte olie
1. Onverminderd de voorschriften inzake het beheer van gevaarlijke afvalstoffen van de artikelen 18 en 19, nemen de lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat:
a) afgewerkte olie gescheiden wordt ingezameld, indien technisch haalbaar;
b) afgewerkte olie overeenkomstig de artikelen 4 en 13 wordt verwerkt;
c) indien technisch haalbaar en economisch leefbaar, afgewerkte oliën met uiteenlopende eigenschappen niet worden gemengd en dat afgewerkte olie niet wordt gemengd met andere soorten afvalstoffen of stoffen, indien dit de verwerking ervan belemmert.
2. Ten behoeve van de gescheiden inzameling van afgewerkte olie en de goede verwerking ervan, mogen de lidstaten, overeenkomstig hun nationale voorwaarden, aanvullende maatregelen hanteren zoals technische eisen, producentenverantwoordelijkheid, economische instrumenten of vrijwillige overeenkomsten.
3. Indien voor afgewerkte olie volgens de nationale wetgeving regeneratie-eisen gelden, mogen de lidstaten voorschrijven dat dergelijke olie moet worden geregenereerd indien dit technisch haalbaar is, en mogen zij, indien artikel 11 of artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1013/2006 van toepassing is, de grensoverschrijdende overbrenging van afgewerkte olie vanaf hun grondgebied naar verbrandings- of meeverbrandingsinstallaties beperken, teneinde voorrang te geven aan de regeneratie van afgewerkte olie.