Art. 15 Kaderbesluit 2008/909/JBZ, Overbrenging
1. Indien de gevonniste persoon zich in de beslissingsstaat bevindt, wordt hij naar de tenuitvoerleggingsstaat overgebracht op een door de bevoegde autoriteiten van de beslissingsstaat en van de tenuitvoerleggingsstaat onderling vast te stellen tijdstip, maar niet later dan 30 dagen na het definitieve besluit van de tenuitvoerleggingsstaat betreffende de erkenning van het vonnis en de tenuitvoerlegging van de sanctie.
2. Indien onvoorziene omstandigheden in de weg staan aan een overbrenging binnen de in lid 1 gestelde termijn, nemen de bevoegde autoriteiten van de beslissingsstaat en van de tenuitvoerleggingsstaat onmiddellijk contact met elkaar op. De overbrenging vindt plaats zodra die omstandigheden zich niet meer voordoen. De bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat stelt de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat onverwijld op de hoogte en stelt met hem een nieuwe datum voor de overbrenging vast. In dat geval vindt de overbrenging vindt plaats binnen tien dagen na de nieuw overeengekomen datum.