Art. 61 Verordening (EG) nr. 1580/2007, Inhoud van operationele programma's en subsidiabele uitgaven
Verordening (EG) nr. 1580/2007
1. De operationele programma's bevatten de volgende gegevens:
a) een beschrijving van de uitgangssituatie, in voorkomend geval gebaseerd op de in bijlage XIV vermelde uitgangssituatie-indicatoren;
b) de doelen van het programma, rekening houdend met de verwachte ontwikkelingen inzake productie en afzetmogelijkheden, een toelichting over hoe het programma bijdraagt tot de nationale strategie, en de bevestiging dat het programma consistent is met de nationale strategie, onder andere wat het evenwicht tussen activiteiten betreft. De beschrijving van de doelen verwijst naar in de nationale strategie vastgestelde doelstellingen en geeft meetbare streefdoelen aan om het toezicht op de geleidelijke voortgang bij de uitvoering van het programma te vergemakkelijken;
c) voor elk jaar van uitvoering van het programma, een gedetailleerde beschrijving van de ter bereiking van de doelen te nemen maatregelen, inclusief die voor crisispreventie en crisisbeheer, die afzonderlijke acties omvatten, en van de daarvoor aan te wenden middelen. De beschrijving geeft aan in welke mate de verschillende voorgestelde maatregelen:
i) een aanvulling vormen op en consistent zijn met andere maatregelen, inclusief maatregelen die worden gefinancierd uit of in aanmerking komen voor financiering uit andere fondsen van de Europese Gemeenschap, en met name steun voor plattelandsontwikkeling. In dit verband wordt in voorkomend geval tevens verwezen naar maatregelen die in het kader van eerdere operationele programma's zijn uitgevoerd;
ii) geen risico van dubbele financiering uit fondsen van de Europese Gemeenschap inhouden;
d) de looptijd van het programma; en
e) de financiële aspecten, namelijk:
i) de wijze van berekening en het niveau van de financiële bijdragen;
ii) de wijze van financiering van het actiefonds;
iii) de nodige gegevens om een differentiëring van de geheven bijdrage te rechtvaardigen; en
iv) voor elk jaar van uitvoering van het programma, de begroting en het tijdschema voor de uitvoering van de acties.
2. Verscheidene milieuacties mogen met elkaar worden gecombineerd mits zij elkaar aanvullen en onderling verenigbaar zijn.
In geval van een combinatie van milieuacties wordt bij de bepaling van het steunniveau rekening gehouden met de specifieke gederfde inkomsten en de specifieke extra kosten die het gevolg zijn van de combinatie.
3. Investeringen, ook die in het kader van leaseovereenkomsten, met een aflossingstermijn die langer is dan de looptijd van het operationele programma, mogen, wanneer daarvoor gegronde economische redenen bestaan en meer in het bijzonder wanneer de fiscale afschrijvingsperiode meer dan vijf jaar bedraagt, worden overgedragen naar een volgend operationeel programma.
Bij vervanging van investeringen wordt de restwaarde van de vervangen investeringen:
a) toegevoegd aan het actiefonds van de producentenorganisatie, of
b) in mindering gebracht op de vervangingskosten.
Investeringen of acties kunnen worden uitgevoerd op individuele bedrijven van leden van de producentenorganisatie, op voorwaarde dat dit bijdraagt tot het bereiken van de doelen van het operationele programma. Indien het lid de producentenorganisatie verlaat, ziet de lidstaat erop toe dat de investering of de restwaarde ervan wordt teruggevorderd, tenzij die lidstaat dat anders bepaalt.
4 Operationele programma's omvatten geen acties of uitgaven als bedoeld in de lijst in bijlage VIII.
5. Uitgaven uit hoofde van voor steun in aanmerking komende operationele programma's worden beperkt tot de daadwerkelijk gemaakte kosten. De lidstaten kunnen evenwel in de volgende gevallen vooraf en op naar behoren gemotiveerde wijze forfaitaire standaardtarieven vaststellen:
a) wanneer dergelijke forfaitaire standaardtarieven zijn opgenomen in bijlage VIII,
b) wanneer bij vervoer per spoor en/of per schip als onderdeel van een milieubeschermingsmaatregel, in vergelijking met de kosten voor wegvervoer extra externe vervoerskosten per kilometer worden gemaakt, en
c) wanneer als gevolg van milieuacties extra kosten worden gemaakt en extra inkomen wordt gederfd, berekend overeenkomstig artikel 53, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1974/2006.
De lidstaten herzien deze tarieven ten minste om de vijf jaar.
6. Een actie komt slechts in aanmerking indien meer dan 50 % van de waarde van de bij de actie betrokken producten afkomstig is van de producten waarvoor de producentenorganisatie is erkend. Om in het percentage van 50 % te worden verrekend, moeten de producten afkomstig zijn van de leden van de producentenorganisatie of van leden van een andere producentenorganisatie. De relevante voorschriften van artikel 52 gelden voor de berekening van de waarde.