Art. 3 Verordening (EG) nr. 1580/2007, Uitzonderingen op en vrijstellingen van de toepassing van de handelsnormen
Verordening (EG) nr. 1580/2007
1. In afwijking van artikel 2, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1182/2007 hoeven de volgende producten niet aan de handelsnormen te voldoen:
a) producten die naar verwerkingsbedrijven worden vervoerd, behalve wanneer in de onderhavige verordening minimumkwaliteitscriteria betreffende voor industriële verwerking bestemde producten zijn vastgesteld;
b) producten die door de producent op zijn bedrijf aan de consument voor diens persoonlijk gebruik worden geleverd; en
c) ingevolge een besluit van de Commissie dat op verzoek van een lidstaat wordt genomen volgens de in artikel 46 van Verordening (EG) nr. 2200/96 bedoelde procedure, producten uit een bepaald gebied die door de detailhandel van dat gebied worden verkocht omdat zij aan een algemeen bekende lokale verbruikstraditie beantwoorden.
2. In afwijking van artikel 2, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1182/2007 hoeven de volgende producten binnen een bepaald productiegebied niet aan de handelsnormen te voldoen:
a) producten die door de producent worden verkocht of geleverd aan pakstations of bewaarinrichtingen, of die van het bedrijf van de producent naar deze inrichtingen worden vervoerd; en
b) producten die van de bewaarinrichtingen naar de pakstations worden vervoerd.
3. In afwijking van artikel 2, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1182/2007 mogen lidstaten de volgende producten vrijstellen van de eis aan de handelsnormen of een aantal in de handelsnormen vastgestelde bepalingen te voldoen:
a) producten die door de producent worden uitgestald of aangeboden voor verkoop, verkocht, geleverd of op enige andere wijze verhandeld in de in het productiegebied gelegen groothandelscentra, met name op de producentenmarkten; en
b) producten die van deze groothandelscentra naar in hetzelfde productiegebied gelegen pakstations of bewaarinrichtingen worden vervoerd.
Bij toepassing van de eerste alinea stelt de betrokken lidstaat de Commissie in kennis van de getroffen maatregelen.
4. Aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat moet het bewijs moet worden geleverd dat de in lid 1, onder a), en in lid 2 bedoelde producten aan de vastgestelde voorwaarden voldoen, met name ten aanzien van hun bestemming.