Art. 119 Verordening (EG) nr. 1580/2007, Operationeel programma

Verordening (EG) nr. 1580/2007

1. De betalingen worden berekend op basis van wat subsidiabel blijkt te zijn.

2. De lidstaat onderzoekt de van de begunstigde ontvangen steunaanvraag en stelt de subsidiabele bedragen vast. De volgende bedragen worden door de lidstaat vastgesteld:

a) het bedrag dat louter op basis van de aanvraag aan de begunstigde zou worden betaald;

b) het bedrag dat op basis van het onderzoek van de subsidiabiliteit van de aanvraag aan de begunstigde moet worden betaald.

3. Indien het in lid 2, onder a), bedoelde bedrag meer dan 3 % hoger is dan het in lid 2, onder b), bedoelde bedrag, wordt het daadwerkelijk aan de begunstigde te betalen bedrag verlaagd. De verlaging komt overeen met het verschil tussen de in lid 2, onder a) en b), bedoelde bedragen.

Indien de producentenorganisatie of de producentengroepering kan aantonen niet verantwoordelijk te zijn voor de opname van het niet-subsidiabele bedrag, wordt evenwel geen verlaging toegepast.

4. De leden 2 en 3 zijn van overeenkomstige toepassing op niet-subsidiabele uitgaven die tijdens de controles ter plaatse worden vastgesteld.

5. Indien de waarde van de in de handel gebrachte productie vóór het indienen van de steunaanvraag wordt opgegeven en gecontroleerd, wordt een verlaging toegepast op de waarde van de in de handel gebrachte productie die voor de berekening van de te betalen bedragen overeenkomstig de leden 2 en 3 wordt gebruikt.

6. Indien blijkt dat een begunstigde opzettelijk verkeerde gegevens heeft opgegeven, wordt de betrokken actie uitgesloten van steun in het kader van het operationele programma of het erkenningsprogramma en worden alle eventueel reeds voor die actie betaalde bedragen teruggevorderd. Bovendien wordt de begunstigde, met betrekking tot die actie, uitgesloten van steunverlening in het kader van het betrokken operationele programma gedurende het volgende jaar.