Art. 109 Verordening (EG) nr. 1580/2007, Controles ter plaatse van maatregelen in het kader van operationele programma's

Verordening (EG) nr. 1580/2007

1. In het kader van de controles ter plaatse van maatregelen in het kader van operationele programma's, verifiëren de lidstaten met name het volgende:

a) de uitvoering van de in het operationele programma opgenomen acties;

b) de overeenstemming tussen de uitvoering of geplande uitvoering van de actie en de beschrijving van de toepassing van de actie in het goedgekeurde operationele programma;

c) voor een adequaat aantal uitgavenposten, de overeenstemming van de aard en het tijdstip van de betrokken uitgaven met de communautaire bepalingen en de goedgekeurde specificaties;

d) de mogelijkheid de gedane uitgaven te staven aan de hand van boekhoud- of andere documenten; en

e) de waarde van de in de handel gebrachte productie.

2. De waarde van de in de handel gebrachte productie wordt geverifieerd op basis van krachtens de nationale wetgeving voorgeschreven boekhoudgegevens.

Met het oog daarop kunnen de lidstaten beslissen dat de aangifte van de waarde van de in de handel gebrachte productie op dezelfde manier wordt gecertificeerd als de krachtens de nationale wetgeving voorgeschreven boekhoudgegevens.

De controle van de aangifte van de waarde van de in de handel gebrachte productie mag worden uitgevoerd vóór de betrokken steunaanvraag wordt ingediend.

3. Behalve in uitzonderlijke omstandigheden omvat de controle ter plaatse een bezoek aan de actie of, indien de actie niet tastbaar is, de promotor van de actie. Met name acties in individuele bedrijven die tot het in artikel 108, lid 2, bedoelde monster behoren, moeten ten minste één keer per jaar worden bezocht om de uitvoering ervan te verifiëren.

De lidstaat kan echter besluiten van een dergelijk bezoek af te zien wanneer de acties kleinschalig zijn of wanneer volgens de lidstaat slechts een gering risico bestaat dat de voorwaarden voor het ontvangen van steun niet zijn vervuld of niet is voldaan aan de eis dat de actie een reëel karakter moet hebben. Dit besluit en de motivering ervan worden geregistreerd.

4. De controle ter plaatse heeft betrekking op alle door de producentenorganisatie of de leden ervan aangegane verbintenissen en verplichtingen die tijdens het bezoek kunnen worden gecontroleerd.

5. Alleen controles die aan alle eisen van het onderhavige artikel voldoen, mogen worden meegerekend om te bepalen of het in artikel 108, lid 2, vastgestelde controlepercentage is bereikt.