Art. 65, Definities

Voor de toepassing van deze sectie wordt verstaan onder:

a) „melk”: het door het melken van één of meer koeien verkregen product;

b) „andere zuivelproducten”: alle andere zuivelproducten dan melk, met name magere melk, room, boter, yoghurt en kaas; in voorkomend geval worden deze producten in „melkequivalent” omgerekend aan de hand van door de Commissie vast te stellen coëfficiënten;

c) „producent”: landbouwer wiens bedrijf zich op het grondgebied van een lidstaat bevindt en die melk produceert en vermarkt of voorbereidingen treft om dit in een zeer nabije toekomst te doen;

d) „bedrijf”: bedrijf in de zin van artikel 2, van Verordening (EG) nr. 1782/2003;

e) „koper”: een onderneming of groepering die van een producent melk koopt:

— om deze, ook in het kader van een loonwerkovereenkomst, in te zamelen, te verpakken, op te slaan, te koelen of te verwerken;

— om deze door te verkopen aan een of meer bedrijven die melk of andere zuivelproducten behandelen of verwerken.

Een groepering van in een zelfde geografisch gebied gevestigde kopers die voor rekening van de aangeslotenen administratieve en boekhoudkundige handelingen verricht welke noodzakelijk zijn voor de betaling van de overschotheffing, wordt als koper beschouwd. Voor de toepassing van de eerste zin van deze alinea wordt Griekenland als één geografisch gebied beschouwd en kan het een overheidsorganisatie gelijkstellen met een groepering van kopers;

f) „levering”: elke levering van melk, exclusief andere zuivelproducten, door een producent aan een koper ongeacht of de producent, een koper, een bedrijf dat deze melk behandelt of verwerkt, dan wel een derde de melk vervoert;

g) „rechtstreekse verkoop”: elke verkoop of overdracht van melk die rechtstreeks door de producent aan de consument wordt verricht, alsmede elke door een producent verrichte verkoop of overdracht van andere zuivelproducten. De Commissie kan, met inachtneming van de definitie van „levering” in punt f), de definitie van „rechtstreekse verkoop” aanpassen om met name te voorkomen dat hoeveelheden melk of andere zuivelproducten die worden vermarkt, buiten de quotaregeling vallen;

h) „vermarkting”: levering van melk of rechtstreekse verkoop van melk of andere zuivelproducten;

i) „individueel quotum”: het quotum van een producent per 1 april van elk tijdvak van twaalf maanden;

j) „nationaal quotum”: het voor elke lidstaat vastgestelde quotum als bedoeld in artikel 66;

k) „beschikbaar quotum”: het voor de producenten beschikbare quotum op 31 maart van het tijdvak van twaalf maanden waarover de overschotheffing wordt berekend, rekening houdend met alle in deze verordening bedoelde overdrachten, omzettingen, verkopen en tijdelijke hertoewijzingen die in dit tijdvak van twaalf maanden hebben plaatsgevonden.

Uitspraken die dit artikel aanhalen